Stempas

Elk nadeel heb zijn voordeel

Nog een paar nachtjes slapen en dan gaat de natte droom van menig gefrustreerde Nederlander eindelijk in vervulling. Er mag dan namelijk sinds lange tijd weer een keertje ‘NEE’ worden geroepen tegen de regering. De laatste keer dat we die mogelijkheid hadden was in 2005. Toen verwees een meerderheid van de kiezers de Europese Grondwet naar de prullenbak. Op 6 april zal de Nederlandse burger opnieuw om haar mening worden gevraagd. Ditmaal of zij voor- of tegenstander is van het Associatieverdrag met Oekraïne. Ondanks dat dit referendum op het eerste gezicht een uitgelezen kans biedt om de democratische legitimiteit te vergroten, is er in dit geval een wezenlijk probleem:  de kiezer gaat deze keer niet met het verstand, maar met de onderbuik stemmen.

Opnieuw staat er dus een verdrag ter discussie; een verdrag bestaand uit honderden pagina’s advocatenjargon waar je je nog slechter doorheen leest dan door het gemiddelde hoofdstuk uit Mein Kampf. Dat leidt tot de situatie waarbij de gemiddelde kiezer per definitie óf gekleurd, óf onvolledig is geïnformeerd. Het kabinet lijkt ondertussen dezelfde fout te maken als in 2005 door te kiezen voor een ietwat opdringerige campagnestrategie. Er wordt louter en alleen aandacht besteedt aan de voordelen voor Nederland, terwijl critici vaak op allerlei manieren worden weggezet. Bovendien maken lieden als Timmermans en Juncker het er niet fraaier op door te dreigen met een “continentale crisis”. Tegelijkertijd rammelt het echter ook bij de tegenstanders dikwijls aan de beargumentering. Drogredenen en aannames zijn snel gemaakt, zeker als toch niemand weet wat er nou precies in dat verdrag staat. Een beetje duiding leek me daarom wel op zijn plaats, ook al heeft de JOVD’er natuurlijk al lang zijn mening klaar.

De tegenstanders brengen veelvuldig in dat het verdrag veel méér is dan alleen een handelsverdrag, iets wat toch geïnsinueerd werd door Rutte tijdens het Kamerdebat over het verdrag. Er wordt in het verdrag inderdaad ook gesproken over financiële steun, alsook militaire steun binnen het kader van het Europese gemeenschappelijke veiligheidsbeleid. Die financiële steun is voornamelijk bedoeld om de Oekraïnse overheidsuitgaven op orde te krijgen en zal, gezien de staat van die uitgaven, op termijn toch flink in de papieren gaan lopen. Indien het verdrag echter wordt afgewezen is het onduidelijk of er alsnog een handelsakkoord komt, en dat zou schadelijk zijn voor de Nederlandse economie. Volgens tegenstanders zullen deze effecten niet zo groot zijn, omdat de economie van Oekraïne net zo groot zou zijn als die van Noord-Holland. Zij lijken hier echter wel voorbij te gaan aan het feit dat een land met een potentiële markt van ruim veertig miljoen inwoners op termijn natuurlijk heel veel kansen biedt voor Nederlandse ondernemers, zeker als de economie daar op orde komt.

Een ander veelgehoord tegenargument is dat dit associatieverdrag voor Oekraïne de opmaat zou zijn tot EU-lidmaatschap. Ondanks dat dit de afgelopen weken veelvuldig is tegengesproken, moet worden opgemerkt dat in het verleden door verschillende kopstukken in Brussel is uitgesproken dat Oekraïne op termijn toe zou moeten treden tot de Europese Unie. De Europese Commissie heeft aangegeven in haar komende termijn niet te zullen streven naar uitbreiding. Daarmee lijkt toetreding voor Oekraïne de komende vier jaar in ieder geval uitgesloten. Natuurlijk is het wel zo dat als een volgende Europese Commissie de wens uitspreekt om Oekraïne bij de EU in te lijven, het maar de vraag is of het equivalent van Bertje Koenders in een volgend kabinet mans genoeg is om Jean Claude tegen te spreken.

Misschien wel de grootste kwestie die speelt tussen voor- en tegenstanders is de manier waarop Europa dient om te gaan met Vladimir P.. Voorstanders waarschuwen dat een tegenstem ‘Poetin in de kaart speelt’. Tegenstanders wijzen er juist vaak op dat het associatieverdrag en de manier waarop de EU zich in de Maidanrevolutie heeft gemengd, hebben geleid tot het huidige ‘Koude Oorlog-klimaat’ en de burgeroorlog in Oost-Oekraïne. Het moge duidelijk zijn dat de waarheid vele malen gecompliceerder is dan dat; over dit geopolitieke debat zijn bibliotheken vol geschreven. Feit is wel dat een meerderheid van de Oekraïners achter het associatieverdrag lijkt te staan. Daarmee is de wettelijke basis, alsook democratische legitimiteit voor het verdrag aanwezig. Rusland zal niet blij zijn met het verdrag, maar de vraag is in hoeverre wij ons hier iets van aan moeten trekken.

Al met al zitten er nogal wat haken en ogen aan zowel een voor- als een tegenstem. Het associatieverdrag kan het Nederlandse bedrijfsleven veel geld opleveren, en zou bovendien de Oekraïners de kans geven om hun rechtstaat en economie op te bouwen. Bovendien trekken we in dat geval een grens in de betrekkingen met Rusland: tot hier en niet verder. Wel wil het zeggen dat toetreding van Oekraïne tot de EU een reëel vooruitzicht is, en dat er de komende jaren veel geld naar Kiev zal vloeien. Bovendien zal Kiev ook deel gaan uitmaken van de Europese invloedssfeer als het gaat om Veiligheidsbeleid.

Indien we het verdrag afwijzen, is er een reële kans dat we een grote afzetmarkt verliezen. Weliswaar kost het ons geen geld, het levert ons ook niets op. Wel wordt de toetreding van Oekraïne tot de EU definitief op de lange baan geschoven. Echter is het maar de vraag in hoeverre de banden met Rusland daadwerkelijk op korte termijn zullen herstellen. Rusland houdt nog altijd de Krim bezet, en de verwachting is ook niet dat separatisten in het oosten van Oekraïne de wapens zomaar zullen neerleggen.

Een goed debat is nooit weg. Ik wens u in ieder geval veel wijsheid met uw rooie potlood.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *