Vervolging Wilders nieuw pijnlijk hoofdstuk in tanende vrijheid van meningsuiting

In de vroege ochtend van 13 mei 2008 werd de Nederlandse cartoonist Gregorius Nekschot van zijn bed gelicht door de politie. Dit gebeurde in opdracht van de officier van justitie nadat er door een imam aangifte was gedaan wegens ‘aanzetten tot haat’. Veel partijen in de Tweede Kamer reageerden verbolgen op de arrestatie, waaronder ook de VVD die zich op dat moment sterk profileerde op het gebied van vrijheid van meningsuiting. CDA-minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin daarentegen leek geen enkel bezwaar te hebben tegen de onliberale en door sommigen als fascistisch beschouwde arrestatie. Nekschot werd anderhalve dag vastgehouden, maar uiteindelijk niet vervolgd. Wel was hij in zijn lichamelijke integriteit aangetast en van zijn vrijheid beroofd. De reden? Een tekening.

Ook na 2008 is vrijheid van meningsuiting voortdurend een heet hangijzer geweest in het Nederlandse publieke debat. Dit werd nog een versterkt door de opkomst van sociale media die ervoor hebben gezorgd dat meer mensen gemakkelijker hun zegje kunnen doen in het openbaar. We hebben dan ook al meer dan eens gezien dat een twitteraar bezoek kreeg van de politie vanwege het uiten van zijn of haar mening. Dat laatste is een zorgelijke ontwikkeling die elke liberaal aan het hart moet gaan.

In 2010 en 2011 bereikte het debat over vrije meningsuiting een zeker hoogtepunt toen PVV-politicus Geert Wilders voor de eerste maal voor de rechter gedaagd werd wegens uitspraken die hij had gedaan over moslims en de islam. Uiteindelijk liep dit proces met een sisser af en werd Wilders, bijgestaan door toenmalig advocaat Bram Moszcowicz, vrijgesproken. Dit tot vreugde van velen en tot teleurstelling bij anderen.

Anno 2016 lijken we weer terug bij af te zijn. Op het moment van schrijven hebben we net de regiezitting van het tweede proces tegen Geert Wilders achter de rug. Opnieuw staat een politicus voor de rechter vanwege het uiten van een mening. In Nederland, niet in Turkije of Zimbabwe. Ditmaal gaat het om de zogenoemde ‘’minder, minder, minder’’-uitspraken die hier geen verdere toelichting behoeven.

Wat deze zaak extra kwalijk maakt is dat men zich met de beste wil van de wereld niet aan de indruk kan onttrekken dat het hier om een politiek proces gaat. Ik heb vertrouwen in de rechtsstaat en reken daarom ook op vrijspraak, maar de aanloop naar het proces is allesbehalve netjes verlopen. Voorgedrukte aangifteformulieren op het politiebureau, politici die opriepen tot het doen van aangifte tegen Wilders en een vicepremier die zei dat de uitspraken van Wilders ‘’discriminerend’’  waren. Iets waarmee hij veel te hard van stapel liep en waarmee hij alvast juridische consequenties verbond aan de uitspraken. Dit terwijl een minister zich niet dient uit te laten over zaken die nog door een rechter beoordeeld moeten worden. Wilders is in zekere zin al veroordeeld voor er überhaupt een proces is geweest. Een juridische en politieke doodzonde. En wat is het een groot contrast met de terecht verontwaardigde reacties in politiek Den Haag nadat Gregorius Nekschot werd opgepakt.

Als liberaal verwerp ook ik de uitspraken die Wilders in maart 2014 deed. Een bevolkingsgroep minder achten dan anderen en die bevolkingsgroep zelfs wegwensen, is iets waar mijn nekharen recht van overeind gaan staan. Maar om die abjecte woorden van Wilders te kunnen betwisten zou er geen rechtbank aan te pas moeten komen. Daarvoor hebben we in Nederland al een parlement.

Sommige mensen merken op dat Wilders als politicus een extra verantwoordelijkheid draagt en dat de invloed van zijn woorden daarom niet onderschat mag worden. Ik wil deels meegaan in die redenering, maar ik zou het toch graag willen omdraaien.

Juist omdat Wilders een politicus is zou hij nog meer bescherming moeten genieten als het om de vrijheid van meningsuiting gaat. Politici zijn er om voor de troepen uit te lopen en heersende paradigma’s ter discussie te stellen. Ze moeten agenderen. Ik beschouw Wilders bepaald niet als visionair, integendeel. Zijn zelfgemaakte vergelijking met Galileo Galilei is potsierlijk. Maar als we Wilders zogezegd aan het kruis spijkeren vanwege zijn uitlatingen ontstaat er een precedent om andere politici die tegen de heersende mores ingaan vaker te veroordelen. Het gevolg zou zijn dat politici niet meer vrijuit kunnen spreken.

Binnen het parlement geniet een Kamerlid al immuniteit, maar dit zou ook buiten de muren van de Tweede Kamer moeten gelden. Juist daar waar het in het huidige politieke klimaat nogal eens aan visie voor de langere termijn ontbreekt, moeten politici ruim baan krijgen om grenzeloos en zorgeloos te kunnen spreken. En wanneer je het principe van vrijheid van meningsuiting hebt omarmd, zal je nu en dan moeten verdragen dat iemand iets zegt wat pijnlijk is of wat je anderszins niet aanstaat. Maar principes doen soms pijn.

Toch ben ik optimistisch ingesteld over het verdere verloop van dit proces. De politiek en het openbaar ministerie valt het een en ander te verwijten, maar ik heb  vertrouwen in de rechtsstaat en ben daarom overtuigd van vrijspraak voor Wilders. Mocht dat niet gebeuren, dan zou dat een schandvlek zijn op het politieke en juridische blazoen van Nederland. Laten wij als liberalen hopen dat het niet zo ver zal komen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *