Een groepsgevoel

De Nederlander bestaat niet, verkondigde prinses Maxima zo’n acht jaar geleden. Er is volgens haar geen eenduidige Nederlandse identiteit; Nederland is een verzameling van vrije en zwevende identiteiten, die niet direct gebonden zijn aan een groep of gemeenschap. Identiteit is naar de heersende opvatting inderdaad iets vluchtigs en veranderlijks, een puur individualistische aangelegenheid. Maar is het idee van een gemeenschappelijke identiteit wel zo passé? Is persoonlijke identiteit juist niet wezenlijk verbonden met een gemeenschap? En is het daarom niet van belang om vluchtelingen ten behoeve van die identiteit zo snel mogelijk mee te laten doen?

Vroeger was het duidelijk: men viel onder één van de zuilen en begaf zich daardoor in een bepaalde groep met gedeelde overtuigingen. Aan die geborgenheid ontleende men voor een groot deel zijn identiteit. De geboren katholiek groeide op met feestdagen, gebruiken en een bepaalde levensinstelling die de socialist vreemd waren. Het geheel waar hij deel vanuit maakte vormde hem tot wie hij was. Vanwege het opgaan in een gedeelde gang van zaken hing identiteit in eerste instantie samen met het zijn van protestant, katholiek of socialist. Doordat men deel uitmaakte van een zuil ontstond er vanuit een bottom-up structuur een vertrouwd geheel waar iedereen op grond van zijn gemeenschap bij hoorde.

De zuilenbewoner maakte in de jaren zestig echter plaats voor de postmoderne kosmopoliet die niet langer gebonden was aan een gemeenschap, geloof of autoriteit. Zijn identiteit ontsteeg het deelgenootschap, dat afgebakend door grenzen niet meer werd gezien als ordenend markeerpunt, maar eerder als beperking van zijn identiteit. De grenzen vervaagden; Schiphol werd het nieuwe buurthuis. De beklemming van de verzuiling had plaatsgemaakt voor een onbegrensde vrijheid.

Maar ondanks die vrijheidsgedachte ondermijnt de postmoderne wereldburger één ding: de menselijke behoefte om ergens deel van uit te maken en ‘erbij’ te horen, zodat hij zijn identiteit kan ontlenen aan gemeenschappelijk gedeelde waarden en omgangsvormen. Identiteit moet kunnen voortgroeien vanuit haar wortels en kan niet zonder basis vrijelijk boven grenzen uit blijven zweven. Het erkennen en waarderen van een begrensde gemeenschap leidt uiteindelijk tot meer persoonlijke vrijheid en ontwikkeling dan de behoefte daaraan te ontkennen.

Vluchtelingen zijn daar het levende voorbeeld van. Gevlucht van huis en haard zijn zij ook van hun voormalige gemeenschap verwijderd. Een al dan niet religieuze of lokale gemeenschap waar zij tot voor kort toe behoorden en die een groot aandeel had in hun identiteit, is niet meer. De nieuwe groep reikt niet veel verder dan het opvangcentrum waar verveling en uitzichtloosheid op de loer liggen. Er kan in dit groepsverband nauwelijks gesproken worden van een gemeenschap met gedeelde waarden en opvattingen: het geheel is daarvoor te divers en te onsamenhangend. De identiteit van de vluchteling is in die zin zwevende tussen de oorspronkelijke en de huidige (thuis)situatie en begeeft zich in een niemandsland. Het gevolg is een algehele vervreemding en een doorvoelde leegheid die beide voortkomen uit het ontbreken van een gemeenschapsgevoel. Het gevoel om ergens bij te horen.

Het is daarom belangrijk om de vluchteling weer deel te laten uitmaken van en mee te laten draaien in een bestaande gemeenschap. Niet alleen als middel tegen de verveling, maar ook om de verloren identiteit en daarmee het gevoel van eigenwaarde te herwinnen. Integratie ter bevordering van de identiteit dus. En zo moeilijk hoeft dat niet te zijn. Sander Terphuis, zelf als vluchteling naar Nederland gekomen en inmiddels succesvol jurist en publicist, pleit in het NRC Handelsblad van 26 januari 2016 voor een praktische aanpak. Zet buddyprojecten op waarbij vrijwilligers de vluchtelingen op sleeptouw kunnen nemen, stelt Terphuis. Laat Syrische vrouwen gewoon meekoken in het plaatselijke verzorgingstehuis. Neem christelijke vluchtelingen mee naar de lokale kerk. Gelukkig zijn er al meerdere van dit soort initiatieven in praktijk gebracht. En met succes. Maar het kan geen kwaad om het belang ervan te onderstrepen. Meedoen is hard nodig.

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *