Pim Fortuyn: enfant terrible van de Nederlandse politiek (deel I)

Politicus zonder partij

Door Michiel Visser 

Goede Vrijdag, 1996. Driemaster is op bezoek bij Pim Fortuyn. Fortuyn is al een aantal jaren dé criticus van de Nederlandse samenleving. Met grote energie richt hij zijn pijlen op de consensus-maatschappij Holland, die wordt geregeerd door een club van 20.000 “Ons Soort Mensen”, aldus Fortuyn. Tevreden met een positie als commentator aan de zijlijn is hij niet. Graag zou hij als minister-president van het zakenkabinet het land willen dienen. Fortuyn die zichzelf een “patriciër” noemt woont in een eenvoudig, maar goed gemeubileerde plebejerswoning in Rotterdam-Zuid. De woning is gevuld met kerkgezang, afkomstig uit zijn stereo-installatie. Zijn katholieke opvoeding heeft blijkbaar sporen achtergelaten.

Wilhelmus S.P. Fortuyn (48) was ooit kritisch socioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1989 zegde hij het partijlidmaatschap van de Partij van de Arbeid op uit een jarenlange accumuleerde onvrede met de koers van de partij en het soort mensen wat er rond liep. Vier jaar lang hield hij zich bezig met de OV-studentenkaart. Sinds zijn vertrek aldaar is de chaos rond de kaart compleet en heeft Professor Dr. W.S.P. Fortuyn zich gevestigd als onafhankelijk “beleidsadviseur in politiek-strategische vraagstukken”. Sinds 1992 is er een groot aantal boeken van zijn hand verschenen over de modernisering van Nederland, iets wat hij zijn “grootste project” noemt. Sommige zijn niet meer dan samengebundelde columns, andere vormen het geraamte van zijn ideeënwereld: Aan het volk van Nederland (1992), De overheid als ondernemer (1993) en De verweesde samenleving (1996) zijn de belangrijkste.

Wat gaat U doen in het eerste jaar dat u premier bent?

Na een bulderend gelach antwoordt hij met een grijns op zijn gezicht; “Ik zou me toeleggen op drie grote dingen. Het eerste is de bevrijding van Suriname, het tweede het afschaffen van de bijstand en het derde het herstellen van de menselijke maat in onderwijs en gezondheidszorg. Allereerst over Suriname: ik zou Suriname, en eventueel ook de Nederlandse Antillen, weer volledig terug willen brengen in het Koninkrijk, opdat de mensen daar zich bezig kunnen houden met de wederopbouw van het land dat op het moment in puin ligt, zoals u weet.”

Hoe ziet u zich dat voor zich?

“Gewoon. Ik heb hier al over gesproken met militaire specialisten. Het is geen enkel probleem om met mariniers binnen 48 uur heel Suriname in handen te hebben. Met een gerichte militaire operatie gaat dat makkelijk. Dat geldt voor nu. Ik weet niet wat de Surinaamse regering gaat doen met de 10 miljoen dollar die de Chinezen aan steun hebben beloofd voor nieuw wapentuig, maar zelfs dan denk ik niet dat de Nederlandse beroepsmilitairen veel moeite zouden hebben met de ongetrainde Surinaamse krachten. Vervolgens heb je zes tot twaalf maanden nodig om de boel weer een beetje op prde te krijgen en dan houd je een referendum onder de Surinamers en de Surinaamse bevolking van Nederland.”

“De vraag is dan: wilt U terug in het Koninkrijksverband of niet. Stemt men tegen, dan trekken wij ons voor eens en voor altijd terug. Maar ik ben er zeker van dat een overweldigende meerderheid voor terugkeer bij Nederland zou zijn.”

Hoe bent U daar zo zeker van?

“Ik heb deze optie al jaren geleden besproken. Sindsdien krijg ik veel uitnodigingen uit de Surinaamse gemeenschap, en ik houd dus veel toespraken. Elke keer als ik dit verhaal kom vertellen valt het mij weer op hoeveel mensen eens zijn, stilzwijgend of zeer openlijk. Mensen die graag zouden zien dat de boel in Suriname weer een beetje op orde komt. U moet niet vergeten hoe ernstig de situatie in Suriname is. Frits Bolkestein noemde het onlangs een roversnest, nou dat is een beetje vriendschappelijk. Ik heb het al een bandietenstaat genoemd want dat is het. In Suriname kun je niet overleven als je niet in een van de netwerken zit. Het land hangt aan elkaar van een web van dienst-en-wederdienst: het berichte cliëntelisme-systeem. Dat stamt uit de tijd van direct na de soevereiniteitsoverdracht in 1975. Mensen als Arron en Lachmon, een grote schurk trouwens die man, die tegenwoordig voorzitter is van het Surinaamse parlement, hadden het hele land dicht georganiseerd. Kort na 1975 was heel Suriname al zo corrupt als de pest. Allerlei ontwikkelingsgelden verdwenen in de zakken van de leiders het cliëntelisme, waaronder Arron, waaronder Lachmon. De militairen van Bouterse hebben dat geprobeerd te corrigeren, iets wat vaak vergeten wordt, ook door de Nederlandse regering. Pronk en van Mierlo hebben een hele hypocriete houding tegenover Suriname, ze doen alsof alles voor Bouterse koek en ei was. De revolutie van Bouterse en de zijnen was in ieder geval geen materiële revolutie: het waren idealisten. Waar verzetten zij zich tegen? Tegen het systeem van Arron en Lachmon. De jonge militairen hebben geprobeerd dat open te breken, maar dat is jammerlijk mislukt. Toen zijn ze door de isolatiepolitiek van de Nederlandse regering afgegleden. Ze hadden al snel geen deviezen meer er waren natuurlijk wel mensen die ze die deviezen wilde verschaffen: zo raakte Suriname verstrikt in de narcoticanetwerken. De netwerken van Bouterse en Brunswijk zijn in de knoop geraakt met de traditionele netwerken van voor de omwenteling en zo is Suriname het huidige roversnest geworden. Niemand in Suriname betaald belasting dat begint nu een klein beetje te veranderen. Maar zonder in criminele dwarsverbanden te opereren vallen er geen zaken te doen. Met name mensen zonder familieleden in Nederland, die de hele economie nog een beetje draaiende houden, leiden gewoon honger: kinderen en bejaarden zijn simpelweg ondervoed door een gebrek aan geld. Dat kan toch niet!’’

Denkt U dat de internationale gemeenschap zo’n operatie toe zou staan?

“Dat is geen enkel probleem. Sterker nog: landen zoals Frankrijk en de Verenigde Staten zullen niet alleen verbale maar ook logistieke steun bieden. Daar ben ik van overtuigd. Al was het maar vanwege de grote rol die Suriname in de internationale drugshandel speelt. Ik denk dat Nederland met de operatie een goede beurt zou maken. Toen ik dit plan in 1992 presenteerde vroeg Karel van de Graaff zich op TV af of de professor soms gek was geworden. Nou, die professor was zo gek niet. De minister van Buitenlandse Zaken van Amerika, George Schultz, heeft destijds namens Reagan, Lubbers gevraagd om in te grijpen. Dat is onlangs gebleken uit zijn memoires. Dat zegt genoeg.”

Wat vindt U van zo’n reactie van Van der Graaff?

“Ja dat is typerend voor de reactie van de hele Haagse wereld. U weet wat ik van de Nederlandse politiek vind. Saai, weinig doortastend en absoluut niet visionair. Frits Bolkestein is daar heel erg blij mee. Zijn stelling is namelijk: liever saai dan romantisch. De saaiheid van Nederland voorkomt tenminste allerlei avonturen. Ik vermoed dat dat te maken heeft met Frits’ vorming tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij betrekt het ook op de liefde: liever een goede vriendschap dan een romantische liefde. Ik vind dat armoedig. Ik sluit mijn ogen niet voor de gevaren van romantiek in de politiek: kijk maar naar de geschiedenis. Maar tegelijk kan de politiek niet zonder. Wanneer de politiek liefdeloos en visieloos is zoals nu kan zij de grote vraagstukken van onze tijd niet aan, en dat blijkt wel.’’

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *