Pim Fortuyn: enfant terrible van de Nederlandse politiek (deel II)

Dit is deel II van het interview met Pim Fortuyn dat in 1996 met hem gehouden werd door Michiel Visser van de redactie van Driemaster. Deel I van het interview kunt u hier vinden.

Welke zijn die grote vraagstukken?

Ik noem er drie. Ten eerste de vergruizing van de samenleving. We leven in een periode die gekenmerkt wordt door een volstrekt doorslaand individualisme en daar krijgen wij straks nog een stevige rekening voor gepresenteerd. Ten tweede in tal en last toenemende onderklasse waarvoor de egoïstische onderklasse haar ogen sluit. En ten derde het vluchtelingenprobleem. Wij hebben in Nederland grote problemen om die stromen mensen in de Nederlandse samenleving te integreren.”

Een tweedeling van de samenleving, kortom?

“Ja. Ik heb destijd de theoretische basis voor dat concept uitgelegd en Den Uyl is daar als goed politicus mee aan de haal gegaan. Maar het treurigste is dat het twintig jaar geleden een waarschuwing was, en nu realiteit. En er wordt niets aan gedaan, alle retoriek van Melkert ten spijt. De elite is onverantwoordelijk en denkt niet meer aan het algemeen belang, maar alleen naar zichzelf. Kijkt U maar naar het bedrijfsleven. De salarissen van de directie zijn de pan uitgerezen, ook bij bedrijven die honderden werknemers moeten ontslaan. Managers regelen hun gouden handdruk al voordat ze een contract hebben getekend. Aan de andere kant is er een onderklasse van mensen zonder enig perspectief, mensen die volstrekt kansloos zijn en in vreselijk kleine huisjes wonen: u kunt het allemaal komen bezichtigen in deze wijk. Veel vluchtelingen die hier komen krijgen ook een enkele reis onderklasse, ongeacht de opleiding die ze hebben genoten. Bij de Nederlandse politiek zie ik helemaal niets om hier wat aan te doen.”

Amerikaanse toestanden?

“Bolkestein heeft gezegd dat wij ook met Amerikaanse problemen geconfronteerd zullen worden. Ik denk niet dat je het zo scherp zou kunnen stellen. Volgens mij is cultuur belangrijker dan economie. De Amerikaanse cultuur verschilt wezenlijk van de onze. Dus ik denk dat wij nooit dezelfde problemen zullen krijgen als de Amerikanen. Met elektronische afgeschermde wijken waar de elite woont die zich in kogelvrije limo’s naar hun werk laten rijden terwijl elders de wijken van armen branden zonder dat iemand ingrijpt. Zo’n segregatie in Nederland is alleen al ruimtelijk-technisch gezien onmogelijk. Het past bovendien niet bij onze cultuur. Ik ben het wel met Frits eens wanneer hij zegt dat er parallellen te bespeuren zijn, maar deze ontwikkeling zal in Nederland zijn eigen vorm en kleur krijgen. In Amerika zit de trek naar het Westen nog steeds tussen de oren van de mensen. De oude frontier mentality. Als je leven in Iowa op niets is uitgelopen pak je je boeltje en je gaat opnieuw beginnen in Californië. Dat was 150 jaar geleden zo en dat is nog steeds zo. In Europa werken de dingen niet zo. Wij zijn een oudere, andere beschaving. Bij ons zou iedereen dat ook veel te hard vinden. Het is not done. Een groot verschil tussen Frits en mij is dat hij de tendens naar Amerikaanse maatstaven min of meer accepteert. Zo is het nu eenmaal. De maatschappij zal een stukje harder moeten worden. Ik vind dat dit niet mag en niet kan gebeuren. Bolkestein heeft geen enkele fiducie in de maakbare samenleving, ik wel. Niet in de naïeve zin van het maken van een blauwdruk voor de samenleving en zo, maar op een filosofische manier. Politici moeten blijven geloven in de maakbaarheid van de samenleving. Dan heb je idealen, dan heb je doelen. Als je niet meer in de maakbare samenleving gelooft, kun je rustig ophouden met politiek en alles aan ambtenaren overlaten. Dat zien we ook heel duidelijk om ons heen. Kijk maar naar Europa. Niemand weet hoe in Europa besluiten tot stand komen. Dat weet alleen de inner circle. Iedereen weet dat dit niet werkt.”

Past het Verenigd Europa wel bij de Europese cultuur?

“Ik vind dat we te snel gaan. Dat ben ik eens met Bolkestein. Het probleem met Frits is dat hij een hoop zegt maar niks doet. Wij zijn het vaak met elkaar eens, maar hij is degene die in de positie zit om iets te veranderen, niet ik. Het heeft een beetje met zijn karakter te maken. Hij is een intellectueel ook al wil hij dat niet weten. Hij verliest snel de aandacht voor een onderwerp. Om terug te komen op Europa: we moeten de waarschuwing van Helmut Kohl ter harte nemen. Als wij niet goed uitkijken zullen wij in de 21ste eeuw in dit werelddeel weer geconfronteerd worden met veel etnische en nationalistische conflicten. Ik ben het met zijn analyse eens, maar niet met zijn remedie. Hij denkt de problemen in Europa te kunnen voorkomen door de Europese Unie in een soort pressure cooker te stoppen. De Europese munt is economisch niet nodig, alleen maar politiek. Voor de EMU moet onnodig veel soevereiniteit overgedragen. Vergeet nooit dat het de overdracht is aan een bureaucratie, niet een democratie. Het is beter nu een pas op de plaats te maken. De binnenmarkt is een terrein waarop nog veel is te doen. Laten wij dat eerst eens afmaken, proberen een werkelijk vrije markt te creëren. Dan moeten wij kiezen wat voor soort Europa we eigenlijk wenselijk achten. Zelf sta ik voor een intergouvernementeel Europa voor, waarin sterke natie-staten samenwerken.”

Op welke terreinen?

“In ieder geval op terreinen waarop samenwerking nuttig is. Op zulke terreinen groeit een dergelijke samenwerking vanzelf wel, dat hoeft niet van bovenaf gestimuleerd te worden. Het allerbelangrijkste is dat het een groeiproces  moet zijn. Wij moeten af van de fictie dat Europa een staat moet worden. Het Europese Parlement kan wat mij betreft wel verdwijnen. Europa moet een intergouvernementele constructie zijn met op bepaalde punten grote bevoegdheden en op andere veel kleinere. Zolang het maar niet bureaucratisch is. Er wordt vaak gezegd dat alle verhalen over de Brusselse bureaucratie onzin zijn, en dat de gemeente Den Haag meer ambtenaren in dienst heeft. Ja, dat is natuurlijk flauwekul. Alle ambtenaren van alle vijftien ministeries van Landbouw van de verschillende lidstaten zijn Europese bureaucraten; er is geen Nederlands landbouwbeleid meer, die mensen voeren Europese richtlijnen uit. En dan al die waanzinnige Europese regelgeving. De Europese Commissie schrijft bijvoorbeeld ook precies voor hoe een restaurant keuken eruit moet zien. Er moet een rode plank zijn voor het vlees, en een witte voor de vis en een gele voor kip. Met dit soort onzin doen de Eurocraten het samenwerkingsproject alleen maar meer schade, Hiermee maak je Europa belachelijk en daar hebben wij niets aan.”

Op welke terreinen?

“In ieder geval op terreinen waarop samenwerking nuttig is. Op zulke terreinen groeit een dergelijke samenwerking vanzelf wel, dat hoeft niet van bovenaf gestimuleerd te worden. Het allerbelangrijkste is dat het een groeiproces  moet zijn. Wij moeten af van de fictie dat Europa een staat moet worden. Het Europese Parlement kan wat mij betreft wel verdwijnen. Europa moet een intergouvernementele constructie zijn met op bepaalde punten grote bevoegdheden en op andere veel kleinere. Zolang het maar niet bureaucratisch is. Er wordt vaak gezegd dat alle verhalen over de Brusselse bureaucratie onzin zijn, en dat de gemeente Den Haag meer ambtenaren in dienst heeft. Ja, dat is natuurlijk flauwekul. Alle ambtenaren van alle vijftien ministeries van Landbouw van de verschillende lidstaten zijn Europese bureaucraten; er is geen Nederlands landbouwbeleid meer, die mensen voeren Europese richtlijnen uit. En dan al die waanzinnige Europese regelgeving. De Europese Commissie schrijft bijvoorbeeld ook precies voor hoe een restaurant keuken eruit moet zien. Er moet een rode plank zijn voor het vlees, en een witte voor de vis en een gele voor kip. Met dit soort onzin doen de Eurocraten het samenwerkingsproject alleen maar meer schade, Hiermee maak je Europa belachelijk en daar hebben wij niets aan.”

image sources

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *