Pim Fortuyn: enfant terrible van de Nederlandse politiek (deel III)

Dit is deel III van het interview met Pim Fortuyn dat in 1996 met hem gehouden werd door Michiel Visser van de redactie van Driemaster. Deel I van het interview kunt u hier vinden en deel II kunt u hier vinden

U sprak over een volstrekt doorslaan individualisme. Hoe bedoelt u dat precies?

“Ik begin bijvoorbeeld een ontzettende hekel te krijgen aan de hedendaagse jeugd. Je merkt dat je met een oude vent zit te praten. Het is een vreselijke, verwende generatie. Niet omdat ze mindere of slechtere mensen zouden zijn dan wij, natuurlijk niet. Maar omdat ieder besef van iets gemeenschappelijks, iets voor elkaar overhebben ontbreekt. Elkaars broeders hoeder zijn, je opofferen voor iemand. Dat zijn scheldwoorden. Allemaal ten gevolge van een volstrekt doorschietend individualisme.”

Hoe komt dat?

“Ik beschuldig jullie generatie niet. Het is namelijk de schuld van mijn generatie. Het zijn onze kinderen tenslotte. Wij hebben ze opgevoed, dat wil zeggen wij hebben ze niet opgevoed. De centrale idee van de pedagogie is dat de leermeester aan de leerling grenzen stelt. Die grenzen liggen net iets verder dat wat het desbetreffende kind aankan. Dat geeft het kind speelruimte maar ook veiligheid. Er is de garantie dat het niet kwijtraakt in een oneindige ruimte. Mijn generatie heeft dat nagelaten. Er zijn geen grenzen gesteld aan onze kinderen. De producten van dat soort opvoeding zijn nu dagelijks te zien. Laatst kwam ik op TV iemand van de JOVD tegen. Isis van der Wel, de diskjockey, een verwend nest. Ik heb echt een hekel aan dat kind. Zo arrogant, zo’n ontevreden houding. Ze zegt ook van zichzelf hoe goed ze is en wat ze allemaal niet kan. Dan denk ik bij mezelf: wat zult U nog een hoop leren van het leven.”

Komt dit alleen voor bij de jongere generatie?

“Nee. Het grijpt als een virus om zich heen. Ik sprak eerder al over de egoïstische elite, maar ook de onderklasse is onverschillig en denkt alleen maar aan zichzelf. De gevolgen zullen desastreus zijn. Hoe het inferno er precies uit zal zien weet ik natuurlijk niet, maar er zal veel geweld aan te pas komen. Iemand die niets heeft te verliezen, is ook niet rustig. De arbeidersklasse kwam pas tot bedaren toen het kamerbreedtapijt de wijken in kwam rollen. Door de massamedia heeft iedereen tegenwoordig ook een beeld voor ogen van sommige mensen. Deze generatie berust daar misschien nog in, maar de volgende zeker niet. De meeste criminaliteit wordt ook veroorzaakt door jongeren.’’

Wat moet daaraan gebeuren?

“Herstel van het perspectief is de enige uitweg die wij kunnen bewandelen. Je kunt wel achter elke boom een agent plaatsen, maar dat lost niets op. De agent is een afspiegeling van de Nederlandse samenleving. Er zijn onlangs nog veel agenten aangekomen, nou, je kunt er zeker van zijn dat daar tuig tussen zit. Het herstellen van perspectief is een interessant project. Voor het eerst in de geschiedenis staan we voor de opgave om onze samenlevingsverbanden te bedenken, te willen en daadwerkelijk te creëren. Social engineering, dat is het nieuwe project voor de komende tijd.”  

U bent een van de weinigen die het zo zegt. Bent U daarom partijloos?

“Volgens mij is de partijpolitiek zoals we die in Nederland kennen een wezenlijk onderdeel van de problemen die er bestaan. Politici zijn een kaste geworden. In Nederland zijn 300.000 mensen überhaupt lid van een politieke partij. Daarvan is misschien 10% kader, waar alles uit wordt gerecruteerd. Het is absurd dat je lid moet zijn van een politieke partij om een goede burgemeester van Amsterdam te zijn, of een goede commissaris van de Koningin in Groningen. Groningen loopt economisch achter bij de rest van Nederland, dus moet je Jan Timmer vragen om daar de kar te trekken en niet Hand Alders, een man die niet eens de middelbare school heeft afgemaakt en in zijn leven niets heeft gepresteerd. Kijk naar het College van Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV), waar mensen zaten omdat ze toevallig lid waren van een bepaalde politieke partij, niet omdat het zulke goede managers waren. D66 heeft mij het burgemeesterschap in Haarlem aangeboden. Als ik lid zou zijn geworden van die partij, was ik voorgedragen. Dat heb ik geweigerd. Maar ik heb me wel als partijloos kandidaat opgeworpen. Vervolgens krijg ik een briefje dat ik “”geen politiek profiel’’ heb en dus niet in aanmerking kom. Dat slaat helemaal nergens op.”

Onlangs wierp U zich ook op voor het voorzitterschap van het CDA. Past U wel bij het CDA?

“Dat zit zo. Mijn meest recente boek, De verweesde samenleving, had natuurlijk uit CDA-kring moeten komen. Het gaat over normen en waarden immers. Daardoor zijn ontzettend veel CDA’ers naar mij toegekomen om te vragen of ik het CDA niet wil redden. Elke keer moet ik dan weer uitleggen dat ik tegen het huidige partijstelsel ben. Toen ik laatst voor een publiek van tweehonderd man -bij Heerma waren er trouwens dertig, dat zegt alles- bij de Kamercentrale Dordrecht sprak, besloot ik er maar eens een eind aan te maken. Ik heb toen gezegd dat ik graag bereid was om me in een verkiezingsstrijd voor het partijvoorzitterschap te mengen. Als ze nee zouden zeggen, was ik in een klap van die zeurende CDA’ers af. Hadden ze ja gezegd, dan was het helemaal leuk geworden. Echt zin had ik er niet in, dus ik had niets te verliezen.”

Waarom had U er geen zin in?

“Omdat CDA’ers energie vreten. Als ik normaal bij een bedrijf een seminar geef dan krijg ik energie. Als ik voor een CDA-publiek spreek kom ik thuis terug als een uitgeknepen dweil. Die mensen zeuren zo: “Ja, zo gaat dat niet, meneer Fortuyn.” “Maar wat zou Pietje hiervan denken en Grietje?” Op zo’n manier zijn CDA’ers altijd alleen maar bezig met het haalbare en niet met het wenselijke. Maar het partijbestuur had niets van mij begrepen. Lodders, zo’n mens dat alleen uit is op macht, begon te blaten dat ik eerst maar eens lid zou moeten worden van het CDA. Zo’n Lodders wil niets liever dan regelen en macht uitoefenen maar staat nergens voor. Zo trek je het CDA echt niet uit het moeras. Ik heb dan ook gezegd dat ik geen seconde eerder lid zou worden van het CDA voordat aan mijn voorwaarde zou zijn voldaan. U denkt toch niet dat ik een man van mijn positie eerst blaadjes gaat rondbrengen? Het CDA is dus niks.”

Andere partijen ook niet?

“Nou, kijk maar eens naar de VVD. Behalve Bolkestein loopt daar niemand rond met enige kwaliteit. Dijkstal is een jolige man hoor en met Jorritsma kun je vast ook lachen, maar verder?”

Krijgt U dan ooit nog wel een kans om Uw plannen te verwezenlijken?

“Dat interesseert me niets. Het gaat niet om het doel in het leven, maar om de weg. Het leven gaat zoals het gaat. Je moet een doel hebben, dat is waar, maar daaraan moet je geen overdreven verwachtingen koppelen. Zoals mijn goede moeder zei: ‘Het bezit van de zaak is het einde van het vermaak.”

Dus U wordt nooit premier?

“We zien wel. Onder de huidige omstandigheden natuurlijk niet. Er zijn nog wel duizend Kokken (refererend naar Wim Kok premier destijds -red) om die post te vervullen. Ik zal het alleen onder uitzonderlijke omstandigheden worden. Maar misschien kom ik opeens voor open doel en kop ik hem er in. Dat weet je nooit. We zien wel wat de toekomst brengt. Maar denk maar niet dat ik een ongelukkig mens ben als ik geen premier word.”   

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *