De groene duim van de JOVD (longread)

Floris Kooiman is algemeen bestuurslid politiek bij de JOVD Rijnmond.

Waar men in het verleden verhalen vertelde over een verwarde ridder die met een lans in zijn hand de strijd aanging tegen windmolens zagen wij bij de JOVD het afgelopen jaar onze eigen Rutger de Ridder het tegenovergestelde doen: opkomen voor het thema duurzaamheid in de politiek. Het was tijdens het najaarscongres duidelijk te merken dat dit niet bij elke afdeling even goed viel. Graag wil ik met deze longread laten zien waarom dit het geval was. Vooral om een reflectie toe te passen van het beleid dat doorgevoerd is door de heren Zevenbergen en De Ridder. Hopelijk kan dit wat handvatten bieden aan het nieuwe bestuur, onder leiding van de heer Chabot met de heer Cornelissen op politiek, en kunnen zij leren van afgelopen jaar.

GroenLinks en minderheidskabinetten

Niet alleen binnen, maar ook buiten de JOVD was de grote vraag of er een coalitie met GroenLinks moest komen of met de ChristenUnie. Het hoofdbestuur onder leiding van Rutger de Ridder was overduidelijk voor een samenwerking met GroenLinks. Het team was hier kennelijk zo sterk van overtuigd dat voor de verkiezingen al gepleit werd voor een minderheidsconstructie met VVD, D66 en GroenLinks. Na de verkiezingsuitslag werd hier nog een keer voor gepleit maar toen de formatie uiteindelijk mislukte gaf het bestuur GroenLinks hiervan de schuld. Hierbij werd gesteld dat GroenLinks niet wou regeren en dat zij niet bereid waren op te komen voor duurzaamheid als dit ten koste zou gaan van hun standpunten op gebied van migratie.

Dit was een trap na geven terwijl men aan had kunnen zien komen dat deze combinatie van partijen niet zou slagen.

Het probleem met het pleiten voor samenwerking met GroenLinks is dat hier veel meer bij komt kijken dan alleen een kabinetsconstructie die bereid is te verduurzamen. Naast het feit dat GroenLinks veel te links is op diverse thema’s zoals migratie, wat Rutger ook aangaf in een van zijn video statements, zijn Groen en Links niet van elkaar los te wrikken. Ze hebben geen losse groene maatregelen en geen linkse maatregelen, maar alles zit ‘mooi’ in elkaar verstrengeld. Bij GroenLinks gaat het in veel gevallen over nivelleringsmaatregelen en extra belasting met een milieuvriendelijk jasje, bijvoorbeeld spitsbelasting. Maar ook dit soort maatregelen zijn volgens het team van De Ridder ongewenst.

Eigenlijk pleitte het hoofdbestuur dus voor deelname van een partij aan een coalitie, waarin zij afstand had moeten doen van het merendeel van haar idealen om überhaupt mee te mogen regeren. Dit is niet realistisch te noemen. Als er een samenwerking met GroenLinks was gekomen dan was deze veel linkser geweest dan een liberaal groen kabinet zoals dit door ons hoofdbestuur werd geschetst.

Het is zinloos om een trap na te geven, als een partij met een sterke andere mening niet in staat is deze opzij te zetten. In plaats hiervan had de JOVD dit kunnen gebruiken als een moment om een alternatief voor te stellen. Kijkend naar de visie van het afgelopen hoofdbestuur hadden zij toen duidelijk kunnen maken dat het einde van die formatiepoging niet het einde hoefde te betekenen voor de kansen op een progressiever, duurzamer beleid.

Beter alternatief

Zelf zag ik, net als vele anderen, een samenwerking met de ChristenUnie als betere optie. Bij deze optie zijn de politieke verschillen kleiner en dus makkelijker te overbruggen. Daarnaast is hierbij nog steeds ruimte voor onderhandelingen over progressieve liberale thema’s, zoals de verduurzaming waar Zevenbergen en De Ridder op uit waren. Uiteindelijk is het belangrijk dat we beseffen dat ook zonder GroenLinks een kabinet gevormd kon worden met een duurzamer beleid als prioriteit. D66 heeft zich namelijk tijdens de verkiezingen sterk geframed als een groener alternatief op de VVD. Dit is gelukt, met name onder de jonge kiezers, en hierdoor zijn ze flink gegroeid. Dit betekent echter ook dat D66 zich in had moeten zetten op een groen regeerakkoord. Daarbij stond de ChristenUnie ook open voor vergroening in hun campagne. Voor het benadrukken van een duurzame lijn voor de komende vier jaar was hameren op een samenwerking met D66 naar mijn mening meer dan genoeg geweest. Vooral wanneer het hoofdbestuur was geslaagd in het sterk invullen van hun liberaal groene visie.

Het manifest

Een andere controversiële beslissing die afgelopen jaar werd genomen was de keuze om samen met alle andere politieke jongerenorganisaties het Groene Manifest te ondertekenen. Op de inhoud van het manifest ga ik hier niet in, mijn Delftse collega Dennis Begheijn heeft destijds een prima stuk geschreven waarin hij kritiek levert op dit stuk. Hier sluit ik mij grotendeels bij aan.] Eerder maakte dit hoofdbestuur slim gebruik van het invullen van vage verwoordingen in een beleidsvoorstel van de VVD om een punt te maken bij de discussie over het wietbeleid. Dit is het hoofdbestuur helaas niet gelukt met dit manifest. Dit was juist een kans om met een sterk genuanceerde invulling te komen over wat de JOVD zou kunnen doen om deze punten in te vullen naar onze liberale visie. Zo kan dit bijvoorbeeld bij het eerste punt over koploper worden op het gebied van duurzaamheid. Hier kunnen wij stellen dat wij innovaties op technisch gebied willen stimuleren en hierbij ruimte willen geven om deze kennis internationaal te delen. Ook had eventueel de keuze gemaakt kunnen worden om het juist niet te ondertekenen en met een sterker en duidelijker eigen voorstel te komen.

Gebrekkige invulling

Dit brengt me heel mooi bij mijn volgende punt: de gebrekkige invulling van duurzaamheid op een liberale manier. In alle betogen gaf Rutger duidelijk aan dat de “GroenLinks-manier” te links was en dat dit liberaler opgelost moest worden. Hierbij kwam hij met het principe “de vervuiler betaalt” en bij een uitzending van Buitenhof stelde hij ook voor om samen te werken met de bedrijfssector. En dat is helemaal mooi, maar hier bleef het bij.

Ik begrijp dat het moeilijk is om hier een concrete invulling aan te geven door de problemen rondom de functie van politiek commissaris duurzaamheid en energie. Ook werd in persoonlijke gesprekken aan mij toegegeven dat de meetup met Liberaal Groen, het themanetwerk duurzaamheid van de VVD, veel te laat in het jaar plaatsvond. Hiervan begrijp ik dat dit te maken heeft met factoren waar het hoofdbestuur niet altijd even veel aan kan doen. Ondanks dit alles werd echter alsnog gekozen om deze lijn door te voeren en dat brengt werk met zich mee. Ik denk dat als de liberale aanpak voor dit vraagstuk goed was ingevuld er minder sterke kritiek was gekomen vanuit afdelingen zoals de mijne.

Het is jammer dat het hoofdbestuur niet nog een stapje verder is gegaan om tijdig met de afdelingen een goede, gezonde interne discussie te faciliteren, waardoor wij samen onze visie op hadden kunnen stellen. Zaterdag 7 oktober is er hier de kans voor, bij een thema meetup. Ook is binnen de bijbehorende denktank, waar ik aan deelneem, een discussie gaande over de invulling van dit onderwerp. Hopelijk komt hieruit snel een complete en duidelijke visie van de JOVD  (of ik het er uiteindelijk mee eens ben of niet).

Ik denk dat we hiervan kunnen leren dat een hoofdbestuur niet bang moet zijn om tegen de draad in te gaan, onder de voorwaarde dat hun stellingname goed onderbouwd is. Ik hoop dat de heren Chabot en Cornelissen de kansen die het hoofdbestuur afgelopen jaar heeft gemist wel grijpen. Hopelijk gaan zij discussies over moeilijke thema’s faciliteren en dat zij onze sterke liberale visie bekend maken.

 

image sources

  • 4469025047_a6a4a431d0_z: Flickr

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *