De overschatte impact van een kledingstuk

De politie verbiedt het dragen van een kledingstuk (lees hoofddoek), omdat het in strijd is met de gedragscode die zichtbare religieuze uitingen verbiedt (Gedragscode Lifestyle-neutraliteit). De uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens oordeelde in de zaak Sarah Izat dat de politie zich daarmee schuldig maakt aan discriminatie.  De politie heeft tot 18 december om officieel te reageren op de uitspraak van het College.  Een mooie aanleiding om dit thema door een liberale bril te bekijken.

Door: M. de Vries, MSc, MA.

Een veel gehoorde bewijsgrond tegen het dragen van hoofddoeken bij de politie betreft het ‘neutraliteitsargument’. ‘Het politie-uniform dient neutraal te zijn zodat persoonlijke opvattingen niet zichtbaar zijn’.  De zichtbaarheid zegt echter niets over de innerlijke opvattingen en zienswijzen van agenten. Eerlijkheid geschiedt, dat elke agent eigen politieke-, religieuze,- en wereldlijke-opvattingen heeft. Met of zonder hoofddoek. Het dragen van een hoofddoek maakt alleen één  categorie inzichtelijk(er). De verscheidenheid aan stromingen binnen de Islam en de persoonlijke interpretatie(s) ervan resulteert al in een verscheidenheid aan mogelijke persoonlijke opvattingen. Het aflezen van een compleet wereldbeeld van een individu op basis van één kledingstuk is ridicuul.

Vertrouwen in de werving- en selectie procedure bij de Nederlandse politie maakt de discussie van een hoofddoek overbodig.  Kandidaten worden op basis van vaardigheden en competenties beoordeeld. Een individu die voldoet aan de eisen, is capabel om op basis van de wet te handelen en niet op basis van de eigen levensbeschouwing en voorkeuren. Het dragen van een  hoofddoek verandert deze situatie niet.

In de gedragscode Lifestyle-neutraliteit wordt verder verwezen naar het risico voor de eigen veiligheid. De paternalistische houding is aan de ene kant bewonderingswaardig. Aan de andere kant betreft het een onnodige inperking van individuele beslissingsruimte. Een individu is capabel genoeg om eigen afwegingen te maken. Laat agentes die een hoofddoek willen dragen dat dan ook zelf beslissen.

In samenspraak met het neutraliteitsargument wordt vaak ook het scheiding van kerk en staat argument gebruikt. Het toestaan van een hoofddoek zou resulteren in een haast ‘angstige’ islamitische beïnvloeding van de staat. De kern van het algemene ‘scheiding van kerk en staat’ principe is dat de kerk en staat over en weer geen inhoudelijk en institutionele zeggenschap over elkaar hebben. Het toestaan van het dragen van een hoofddoek leidt niet tot meer inhoudelijke en institutionele zeggenschap van Islamitische instituties op de Nederlandse overheid. Het gebruik van deze argumentatie insinueert dat Islamitische instituties, als een groep hongerige wolven op de loer liggen om Islamitische agente(s) in te zetten om de Nederlandse politie te beïnvloeden. Mocht dit inderdaad het geval zijn, dan zou het dragen van een hoofddoek hier geen barrière voor vormen.

De chauvinistische opvattingen bij de Nederlandse politie dragen bij aan een onliberaal klimaat van intolerantie. Ik pleit voor het verdedigen van de ‘liberale essenties’. In het liberalisme gaat het om de vraag hoe het gezag moet worden ingeperkt en van repliek moet worden gediend. Hoe mensen, hun opvattingen en hun bezit moeten worden beschermd tegen de inmenging van staat, markt en samenleving. Dit is exact wat er in het geding is in de ‘hoofddoek discussie’ bij de politie. Een overheid die doormiddel van een ‘gedragscode Lifestyle-neutraliteit’ de strijd aangaat met individuele waarden. En een samenleving die daar grotendeels in meegaat.  Ik pleit voor een officieel, uniform en passend hoofddoek voor agentes.  

Artikelen op Driemaster worden altijd op persoonlijke titel geschreven. Driemaster heeft als zodanig geen mening en is louter een podium voor het uitwisselen van gedachtes.

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *