Hoe liberaal was de liberaal 100 jaar geleden?

Door: Job de Bruijne en Martin Stolk.

De partijloze en de VVD’er
In 2010 werd Mark Rutte de eerste liberale premier van Nederland sinds Pieter Cort van der Linden (1846-1935). Best bijzonder aangezien er bijna honderd jaar tussen zit. Cort van der Linden was partijloos, maar wel een liberaal. Mark Rutte was een JOVD’er, is een VVD’er en een liberaal. Toch stuiten wij op verschillen in ideologie, wetten en beleid. Hoe kan dat? Ligt dit aan de personen of moeten we het in een breder perspectief plaatsen en kijken naar een verschuiving van het liberale gedachtegoed? Politicologen, historici en journalisten stellen tegenwoordig dat de liberaal van toen de SP’er van nu is. Klopt dit wel?

‘’De liberaal van toen is de SP’er van nu.’’  – Trouw

Van extraparlementairkabinet tot minderheidskabinet
Kabinet-Cort van der Linden (1913-1918) was extraparlementair en het eerste liberale kabinet in Nederland. Extraparlementair betekent dat er geen regeerakkoord was, maar een regeringsprogramma. Het kabinet kon rekenen op steun van een aantal fracties. Deze fracties verbonden zich echter niet aan het kabinet. Dit kabinet loodste Nederland door de Eerste Wereldoorlog (WOI). Het kwam aan de macht na de mislukte formatie tussen liberale en vrijzinnige democraten. Daarnaast wilde de SDAP-fractie (nog) geen regeringstaken op zich nemen, terwijl ze met ongeveer 20% van het electoraat een grote partij waren. Socialistische partijen waren op dat moment populair. Later in het artikel hierover meer. Het kabinet stond onder leiding van de Groningse hoogleraar en meester in de rechten Pieter Cort van der Linden. Hij was partijloos, maar werd door velen gerespecteerd en had veel gezag.

De kabinetten onder leiding van de Haagse drs. Mark Rutte waren erg verschillend ten opzichte van elkaar. Kabinet-Rutte I (2010-2012) was een minderheidskabinet. De VVD en het CDA waren afhankelijk van de gedoogsteun van de PVV. Besprekingen op het Catshuis over verdere bezuinigingen mislukten. Wilders trok vervolgens zijn steun in en het kabinet viel. De Tweede Kamer besloot vervolgens vervroegd nieuwe verkiezingen uit te schrijven.
Uit deze verkiezingen ontstond het kabinet-Rutte II (2012-2017). Na één van de snelste kabinetsformaties ooit werd een kabinet gevormd tussen VVD en PVDA. Dit kabinet is tot op heden het langstzittende naoorlogse kabinet en het eerste kabinet na kabinet-Kok I dat zijn termijn volmaakte.

Naar onze mening geeft het financieel- en onderwijsbeleid van een kabinet de gehanteerde ideologie goed weer. Hieronder vindt u een uitwerking van een aantal wetten die typerend zijn voor de vormgeving van ‘het liberalisme’ van de kabinetten.

Erfbelasting of sterftetaks?
Dat het liberalisme onder Cort van der Linden en Rutte erg van elkaar verschilt wordt duidelijk wanneer we kijken naar de kwestie van erfbelasting. De huidige erfbelasting, ofwel de ‘sterftetaks’ zoals Rutte die noemt, was juist één van de belangrijkste denkbeelden in het kabinet-Cort van der Linden. Cort van der Linden zag een erfenis als ‘onverdiende welvaart’. Men had niet zelf gewerkt voor dit geld en daarom werkte het alleen maar ongelijkheid en oneerlijkheid in de hand. In het liberalisme onder Cort van der Linden was voor hoge onbelaste erfenissen daarom geen plaats.
Hij vond ongelijkheid op zichzelf geen probleem, maar hanteerde het uitgangspunt dat iedereen min of meer hetzelfde startpunt in het leven behoorde te hebben.
Zonder arbeid te leveren bestond de mogelijkheid dat door hoge erfenissen sommige mensen al mijlenver voor kwamen te liggen op arme arbeiders die niets konden erven. Zo leverde onverdiend inkomen, ofwel erfenissen, ongelijkheid op.
Om deze kwestie op te lossen moest de erfbelasting worden hervormd c.q. verhoogd. Treub, minister van financiën onder Cort van der Linden, gaf deze hervormingen op twee manieren vorm. Ten eerste ging de belasting op erfenissen omhoog. Daarnaast werd beslist dat alleen nog directe familie kon erven.

Dit staat allemaal in sterk contrast met de visie van Rutte op erfbelasting. Hij noemt het in een interview zelfs de meest oneerlijke belasting die er is. Door de erfbelasting zou iedere euro die je hebt dubbel belast worden.

‘’Je hele leven betaal je al belasting en als je per ongeluk wat overhoudt, komt het blauwe gevaar nóg een keer langs’’  – Premier Rutte

De visie van deze twee liberalen op deze kwestie laat een groot ideologisch verschil zien. Rutte houdt als liberaal van lage belastingen en zo min mogelijk overheidsbemoeienis in kwesties zoals erfenissen. Cort van der Linden vond als liberaal van toen juist dat iedereen een min of meer gelijke start in het leven behoorde te hebben. Hiervoor was hoge belasting en overheidsbemoeienis nodig.

Kiesrecht en Artikel 23
In 1917 vindt er een grote grondwetsherziening plaats. Deze herziening, geïnitieerd door Cort van der Linden, maakte een einde aan zowel de scholenstrijd als de kiesrechtstrijd.
Tijdens WOI staan de liberalen lijnrecht tegenover de christenen. Ze besluiten voor een quid pro quo te gaan: de liberalen krijgen hun kiesrecht (voor mannen boven de 23 jaar) en de christenen krijgen hun onderwijswet (financiering door de staat van elk soort onderwijs).
De uitbreiding van het kiesrecht past in het straatje van liberale kernwaarden. Vrijheid, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid staan hoog in het liberale vaandel. In het kader van gelijkheid zorgde Cort van der Linden dat er een aanvullende clausule in de Grondwet kwam die vrouwenkiesrecht in de toekomst mogelijk maakte.

De scholenstrijd was een ideologische kwestie die de Nederlandse politiek in de twintigste eeuw een tijdlang in haar greep hield. Het debat ging over de vraag of de overheid religieuze scholen moest subsidiëren of niet. Uiteindelijk wordt in artikel 23 van de Grondwet vastgelegd dat iedereen vrij is om een school te stichten en de invulling van het onderwijs zelf mag bepalen. De enige voorwaarde is dat het onderwijs moet voldoen aan een bepaalde kwaliteit.
Goed onderwijs is al lang een belangrijk speerpunt voor liberalen. Daarnaast past vrije invulling van onderwijs in het liberale spectrum. Het is daarom opvallend dat het de huidige politieke tendens is om steeds kritischer te zijn over artikel 23.
Een goed voorbeeld hiervan is de verwoede poging van minister Slob (CU) om het Haga Lyceum in Amsterdam te sluiten. Hij is dan weliswaar geen VVD’er, maar fungeert wel in een kabinet geleid door de VVD. D66-Kamerlid Van Meenen steunt Slob en zegt: ‘Ik vind dat hij [Slob] de school zou moeten kunnen sluiten’. Wat is er gebeurd met ‘vrijheid blijheid’? Er is duidelijk een verschuiving te zien in het liberale gedachtegoed. Vrijheid wordt door het kabinet-Rutte III ondergeschikt gemaakt aan veiligheid. Deze stelling moet genuanceerd worden, omdat de context veranderd is in de loop van de tijd. Dit valt echter buiten de scoop van dit artikel.

Liberalisme in een andere tijdgeest
In het denken van deze twee premiers kunnen hele verschillende interpretaties van één ideologie ontdekt worden. Waar Cort van der Linden koos voor gelijke kansen, kiest Rutte voor lage belastingen.
Terwijl de hedendaagse liberalen zich steeds meer verzetten tegen religieus onderwijs vanwege ‘veiligheid’ kozen de twintigste-eeuwse liberalen juist voor (vrijheid van) godsdienstonderwijs onder het mom van vrijheid en gelijkheid.

Er zou dus gesteld kunnen worden dat Cort van der Linden ‘gelijkheid’ als liberale waarde het hoogst in het vaandel had staan. Terwijl Rutte vooral een kleine neutrale overheid ziet als belangrijkste kernwaarde. Toch is deze conclusie te snel getrokken. Wat namelijk in acht genomen moet worden is iets dat ook eerdere artikelen over deze twee liberale premiers missen, namelijk de tijd waarin deze twee mannen leefden. Toen Cort van der Linden premier was, waren net de eerste sociale wetten doorgevoerd. De keerzijden van de industriële revolutie, moeten altijd zijn denken beïnvloed hebben. Grote ongelijkheid, kinderarbeid en zaken zoals krakkemikkige arbeidershuizen zorgden ervoor dat een liberaal in de negentiende en begin twintigste eeuw vooral streed vóór sociale hervormingen. Voorbeelden van deze hervormingen zien we nu terug in het verkiezingsprogramma van de SP en niet meer in die van de VVD.

Welhaast honderd jaar later toen Rutte premier werd was er geen sprake meer van een dergelijke ongelijkheid, uitbuiting en kinderarbeid. Rutte leeft in een tijd waarin de overheid erg groot is en sociale wetten af en toe hun doel voorbijschieten. Het is daarom nog maar de vraag hoezeer deze twee premiers van elkaar verschillen mochten ze gelijktijdig geleefd hebben. Het is mogelijk dat Cort van der Linden het Haga Lyceum in deze tijd ook zou willen sluiten. Het is daarentegen ook mogelijk dat een negentiende-eeuwse Rutte net als Cort van der Linden gezegd zou hebben ‘wanneer door de onthouding der overheid de heerschappij van het toeval in de hand wordt gewerkt, de ongelijkheden der bestaande wetgeving worden bestendigd, en de overmacht van enkelen wordt begunstigd, is het laisser faire eene valsche leuze. Het bevordert niet de vrijheid, maar belemmert haar’.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.