Too big to fail: deel 2

In het vorige artikel uit deze reeks is too big to fail (TBTF) binnen het liberalisme besproken. Sociaal-liberaal is voor, VVD-liberaal is een beetje voor en klassiek-liberaal wil het gewoon niet hebben. In dit artikel gaat het om de bankencrisis van 2008 vanuit klassiek-liberaal perspectief. We beginnen bij het begin van de crisis: Lehman Brothers. De beelden van 15 september 2008 zijn wereldberoemd, maar hoe is dat zo gekomen? Waarom was een van de grootste banken van de wereld niet too big to fail?

Derivaten

Derivaten zijn een van de ingewikkeldste dingen in de financiële wereld. Een voorbeeld: de populairste variant is de CFD, bekend van BUX.[1] BUX vertelt dat je met hun app op de beurs kunt handelen, maar niets is minder waar. BUX werkt met CFD’s, je moet in de app aangeven dat je denkt dat een aandeel omhoog of omlaag gaat. Daar leg je geld op in. Je bent dus eigenlijk aan het gokken, weliswaar geïnformeerd, maar het blijft gokken. Een CFD is dus een derivaat, een afgeleide van (in dit geval) een beurskoers. Dit soort constructies kun je echter op veel meer toepassen. Voor derivaten geldt: hoe ingewikkelder, hoe risicovoller.

Op een gegeven moment (1983) vonden de grote banken een nieuw derivaat uit: de CMO.[2] Officieel is dat een obligatie, dat is een geldlening aan een beursgenoteerd bedrijf, via de beurs. Door de manier waarop een CMO is opgebouwd, is het eigenlijk vooral een derivaat. Dit derivaat is zo complex en slecht te doorgronden, dat zelfs kredietbeoordelaars geen idee hadden wat ze ermee aan moesten.[3] De banken hadden de CMO’s opgebouwd door hypotheken die ze hadden uitgegeven in stukjes te knippen. Die stukjes bundelden ze met stukjes van andere hypotheken. Hypotheken waarvan de banken wisten dat ze nooit terug zouden worden betaald (sub-prime hypotheken), werden aan goede hypotheken verbonden. Door die goede hypotheken ging de beoordeling van kredietbeoordelaars omhoog, waardoor het een veilige investering leek. Bovendien zou een bank nooit sub-primes uitgeven, als de bank er geen obligaties voor uit kon geven.

Hypotheken gaan om heel veel geld, althans, dat geldt voor de consument. Voor een bank is het echter niets. De ING had in 2017 bijvoorbeeld activa ter waarde van ongeveer €887.000.000.000,-. Het verschil in verhouding tussen een zakje M&M’s en een hypotheek is kleiner dan tussen die hypotheek en het bezit van de ING (1 op 100.000 versus 1 op 2.000.000). Banken hadden zo veel hypotheken uitstaan, dat ze zelf nauwelijks bij konden houden welk stukje van welke hypotheek aan welke CMO verbonden was. Daar gaan we met z’n allen de mist in, dat voel je al aan je water, maar dat boeide de banken niet.

 

Perverse prikkels

Het boeide de banken niet dat het risico van CMO’s zo groot was, omdat TBTF het risico voor de bank nihil maakte. Het TBTF-beleid brengt dus een perverse prikkel met zich mee. De banken weten dat de staat garant staat, zolang de bank maar groot genoeg is. Meer geld betekent dat een bank groter is. Door derivaten in het leven te roepen, creëert een bank extra waarde voor hypotheken die de bank al had. De CMO’s zorgden er dus voor dat de bank groter werd. De o zo instabiele CMO, werd zo een sleutel tot stabiliteit.

De banken kregen vrij spel en voor hen kon er niets fout gaan. Tot 15 september 2008, toen ging Lehman Brothers failliet. Tot op die dag dachten alle grote banken dat de overheid een bank op het randje van faillissement zou komen redden, maar toen Lehman viel, stond Henry Paulson (minister van financiën) niet voor de deur met een zak geld. Voor zover de andere banken wisten, kregen zij ook niets. Dan breekt paniek uit. Paniek op de financiële markten is nooit goed. Dat betekent dat banken uit hun investeringen stappen, geen leningen meer verstrekken, geen rente meer uitkeren. Alles staat stil.

Alles kwam tot stilstand, de beurs stortte in en de banken, die hoopten daarmee veilig te staan, kwamen op de rand van de afgrond terecht. Zo ontstond de kredietcrisis, de zwaarste crisis sinds de jaren ’30. TBTF bleek geen zekerheid te bieden. Wie kwam in aanmerking en wie niet? De banken hadden gewoon geen idee. Nu de storm is gaan liggen, snappen we dat zakenbanken niet TBTF kunnen zijn, alleen consumentenbanken. De meeste grote banken zijn gered, door hun overheden. TBTF is er nog steeds, de perverse prikkel is er nog steeds en er ligt nog steeds een tijdbom onder het bankenstelsel.

Hier zien we waarom de rechtsstaat essentieel is. De rechtsstaat geeft rechtszekerheid. Je weet waar je aan toe bent. Consequent beleid en non-interventie hadden 2008 kunnen voorkomen. TBTF is geen vangnet, het is een trampoline, waar grote bedrijven op kunnen blijven springen, ze kunnen salto’s en schroeven maken hoe ze ook willen. Als ze neerkomen, vangt de staat hen op en dan vliegen ze weer omhoog. Tot de trampoline opeens verdwijnt, dan stort alles in, dan is het klaar.

Inmiddels zijn we weer opgekrabbeld vanuit het drama van 2008, maar dat is niet vanzelf gegaan. In de afsluiting van deze serie bekijken we de weg naar het heden. We bespreken de Europese schuldencrisis, wat er met de banken is gebeurd en of de situatie van voor de coronacrisis houdbaar zou zijn geweest.

[1] CFD staat voor contract for difference.

[2] CMO staat voor collaterized mortgage obligation, vertaald: samengevoegde hypotheekobligatie

[3] Een kredietbeoordelaar analyseert bedrijven, landen en diensten, om een cijfer toe te kennen. Een hoger cijfer betekent dat investeerders meer vertrouwen krijgen, wat ervoor zorgt dat je makkelijker leningen en investeringen kunt krijgen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.