Hoe houdbaar is onze euro?

Het gaat niet goed met het debat over de euro. Slechts sporadisch wordt de gemeenschappelijke munt besproken in talkshows of in kranten, terwijl de euro een bron vormt van vele problemen. De munt verslechtert de positie van Zuid-Europa, omdat de euro voor die landen eigenlijk te duur is. Nederland heeft het monetaire beleid ook uit handen gegeven en dat blijkt niet altijd even voordelig uit te pakken. De discussie over de euro kwam tijdens de optuiging van het coronaherstelfonds weer even te berde, maar een debat over het fundament van ons financiële systeem komt moeizaam op gang. Is de euro nog wel zo voordelig voor Europa en wat zijn de nadelen van de gemeenschappelijke munt?

Veel politieke leiders zijn al sinds het begin van de Europese samenwerking bevangen door het idee dat verregaande integratie de lotsbestemming is voor Europa. Zo had Robert Schuman, een belangrijke Franse politicus, het over een ‘eerste fase van de Europese federatie’ toen de Europese kolen- en staalproductie werden samengevoegd. Jean Monet, die samen met Schuman het begin van de Europese samenwerking vormgaf, stelde na de Tweede Wereldoorlog al dat een nieuw conflict haast onvermijdelijk zou zijn indien staten weer uitgingen van hun nationale soevereiniteit. Het is een logische uitspraak die past bij een tijd van jarenlange conflicten. De Europese landen gingen in plaats van elkaar te bevechten steeds nauwer samenwerken. Zo werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) uiteindelijk de Europese Unie (EU) en traden er steeds meer landen toe tot deze samenwerking. Vandaag de dag zijn er 27 landen lid van de EU. De volgende stap was de gemeenschappelijke munt, die de koersrisico’s zou doen laten verdwijnen en het gevoel van eenheid binnen Europa zou bevorderen.

Er zijn economen die al van meet af aan wezen op de zwakheden van een mogelijke muntunie. Zo was het de Amerikaanse econoom Barry Eichengreen die al wees op een valkuil; een muntunie kent geen correctiemechanismen en dat is problematisch voor de eurozone, die bestaat uit zeer verschillende landen. Europa was geen economische eenheid en was volgens Eichengreen veel minder geschikt voor een gemeenschappelijke munt dan de Verenigde Staten. Ook in Nederland was niet iedereen even blij met de komst van de euro. Martien van Winden, ook een econoom, zag een muntunie als een enorme achteruitgang, aangezien de gulden ijzersterk was vergeleken met andere munten in Europa. De toenmalige fractievoorzitter van de VVD, Frits Bolkestein, vond Europa ook te verschillend en legde de tegenstellingen binnen Europa uit met de geweldige zin; ‘Noord streeft naar soliditeit (een strikte begrotingsdiscipline), Zuid streeft naar solidariteit, dat wil zeggen; andermans geld’. De angst ontstond dat de muntunie uiteindelijk zou uitmonden in een transferunie, waar Nederland steevast moest gaan betalen voor landen als Italië.

De Europese leiders voerden desondanks toch de euro in. De eerdergenoemde argumenten gleden van ze af als druppels van een eend en voortaan werd er betaald met euro’s en niet meer met guldens, franken of marken. De eerste jaren na de invoering ging het goed met de economie en men was over het algemeen goed te spreken over de muntunie. Zo kwam de Europese Commissie in 2008 nog met een publicatie waarin ze zich lovend uitte over de euro; ‘Ten years into existence, the euro is a resounding success. The single currency has become a symbol of Europe, considered by euro-area citizens to be amongst the most positive results of European integration….’. Nog geen jaar later breekt de grootste financiële crisis uit sinds de Tweede Wereldoorlog. Er blijken meerdere grote steunpakketten nodig van honderden miljarden om de euro te redden. Een gemeenschappelijke munt is kwetsbaar en zorgt voor een aantal serieuze problemen.

Een gemeenschappelijke munt kan goed vergeleken worden met het delen van een creditcard. Omdat er maar één centrale bank is met één munt, kunnen al die landen lenen tegen een vergelijkbaar rentepercentage. Er zitten gezonde landen in de muntunie, zoals Nederland en Duitsland, maar er zitten ook landen in de unie die wat meer wankelen. Griekenland kende voorheen hoge rentepercentages van wel twintig procent, maar met de euro kon het land opeens lenen tegen vijf procent, nogal een verschil. Met dat goedkope geld werden de meest aantrekkelijke beloftes gedaan; meer banen, een goed sociaal stelsel en goede pensioenen. Dit klinkt heel gunstig, maar Griekenland, Italië en Portugal staken zich voor het realiseren van deze beloften in een reusachtige schuldenberg. Het liep dusdanig uit de hand dat er zelfs nieuwe leningen moesten worden afgesloten om oude schulden af te betalen. Dat kon een tijdje doorgaan, totdat in 2008 de kredietcrisis uitbrak. Opeens kunnen de landen niet meer ongebreideld lenen om de leningen en pensioenen te betalen. De landen in het zuiden van Europa komen in geldproblemen en de eurocrisis is een feit. Achteraf lijkt het een vlaag van verstandsverbijstering dat we zulke grote verschillen door de vingers zagen. Toen Griekenland de statistische data overleverde om met de andere landen een oplossing te bedenken voor de crisis, bleken dit handgeschreven documenten te zijn. Inmiddels zijn de data wel gedigitaliseerd, maar het toont de stand van zaken in die tijd wel aan. De Verenigde Staten staan ook bekend om hun verschillen per staat, maar daar is men in rijke gebieden bereid om te betalen voor de armere gebieden. In Nederland betaalt het rijke Noord-Holland ook voor het relatief arme Groningen. Mensen uit hetzelfde land zijn solidair aan elkaar en voelen zich verenigd, maar zijn Nederlanders ook bereid om te betalen voor de Grieken en Italianen?

Maar de euro gaat ook ten koste van onze eigen mogelijkheden om beleid te voeren dat past bij onze economie. Het meest bekende voorbeeld daarvan is de rente. In tijden van hoogconjunctuur, dus als het goed gaat met de economie, kiest een centrale bank van een land vaak voor een hogere rente. Dat maakt sparen aantrekkelijk en lenen duurder. Als de economie in zwaar weer verkeert, verlaagt een centrale bank de rente. Zo worden bestedingen juist gestimuleerd; je hoeft dan immers minder te betalen om geld te lenen. Het doel van dit beleid is om conjunctuurgolven minder heftig te maken en de economie te stabiliseren. In een muntunie blijkt dit lastiger, omdat landen niet altijd in dezelfde fase zitten. Het gevolg is dat de rente in de jaren voor de coronacrisis voor Nederland eigenlijk te laag was, omdat de rente vooral voor Zuid-Europa laag werd gehouden. Dit is slecht voor onze pensioenen en droeg ook bij aan de hoge huizenprijzen. We lijken nu trouwens ook vast te zitten aan een lage rente, omdat een kleine verhoging al een forse lastenverhoging betekent voor landen met een hoge overheidsschuld.

Ook de geldcreatie is nu buiten ons bereik en wordt nu beheerd door de Europese Centrale Bank (ECB). Door de coronacrisis koopt de ECB nu veel staatsobligaties op, met als gevolg dat de balans van de ECB ongeveer is verdubbeld. Door het opkopen van obligaties creëert de ECB geld en dat is ook een manier om de economie te stimuleren. Banken krijgen veel geld ter beschikking en lenen dit weer uit aan bedrijven en gezinnen, maar deze geldcreatie kan ook inflatie als gevolg hebben. Stel je een groep mensen voor die op bepaalde goederen kunnen bieden. Als ieder persoon van die groep honderd euro kan bieden, worden er hogere prijzen geboden dan als ieder persoon vijftig euro kan bieden. Economen van de ECB gaan er nu vanuit dat de hoge inflatie tijdelijk is, maar wat gaat de ECB doen als dit niet het geval is, de rente verhogen?

Een vergelijkbaar probleem betreft de wisselkoers. Doordat we nu één munt hebben, is een geldstuk uit Letland evenveel waard als een Duitse euro. Voorstanders noemen dit vaak een ‘one-size-fits-all-munt’. Voor de invoering van de euro was dit anders. In die tijd had elk land zijn eigen munt en als het te maken had met langdurige tekorten op de betalingsbalans, had het de mogelijkheid om te devalueren. Die mogelijkheid is met de muntunie ter ziele gegaan. Waren de probleemlanden in de crisis niet veel beter af geweest door te devalueren? Koersrisico’s zijn onder meer de reden waarom de euro is ingevoerd, maar de nodige flexibiliteit is nu volledig verdwenen. De Australische econoom Steve Keen, één van de weinige economen die de crisis van 2008 aan zag komen, sprak zich uit over dit probleem. In Europa, waar landen verschillende inflatiecijfers laten zien, is het volgens hem brisant om één munt te hebben. Zo ontstaan er structurele verschillen die ontzettend moeilijk recht te trekken zijn.

Vaak wordt wel geopperd dat één munt ontzettend handig is voor de handel. Echter, als we kijken naar de statistieken zien we een beeld dat die stelling ontkracht. Jean Wanningen, een econoom die zeer veel over de euro schrijft, betoogt in zijn boek ‘Eurodynamica’ dat bedrijven met elkaar handel drijven, omdat ze elkaar vertrouwen, niet omdat hun landen één munt voeren. Hij onderbouwt dat met het feit dat Duitsland (euroland) de laatste jaren steeds meer ging exporteren naar Polen en Tsjechië (landen zonder de euro) en minder naar Italië en Frankrijk (beiden een euroland). Deze trend zet zich de volgende jaren volgens Wanningen waarschijnlijk ook door, omdat landen als Brazilië en China steeds meer importeren, om nog maar te zwijgen over landen in Afrika.

Hoewel veel mensen de euro als iets positiefs zien, kleven er ook grote nadelen aan de muntunie. Economieën zijn de mogelijkheid kwijtgeraakt om hun munt te devalueren, hun rentestand en de geldcreatie te bepalen. We moeten daarom de discussie voeren over de euro en een goed plan B ontwikkelen, zoals een ‘neuro’ en een ‘zeuro’, want op deze manier kost de euro ons vooral veel geld, in plaats van dat het iets oplevert.

Geschreven door Wouter Wilmer:

Hoi, mijn naam is Wouter Wilmer en ik ben 19 jaar. Na een tijdje veel gelezen te hebben over veel politieke onderwerpen, leek het mij leuk een keer een stuk te schrijven en als JOVD’er is Driemaster dan natuurlijk de perfecte plek. Ik studeer momenteel International Business Administration aan de Universiteit Twente. Dat is best taai tijdens coronatijd, dus daarom ben ik ook veel met politieke onderwerpen bezig. Het meest interessant vind ik de onderwerpen over de Europese Unie en mijn eerste stuk gaat dan ook over de euro. Het plan is om een reeks te schrijven over de euro en de Europese samenwerking. Ik heb daar ontzettend veel zin in en ik hoop dat jullie het interessant gaan vinden.

Dit bericht delen....
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.