Bijzonder onderwijs: onderwijsvrijheid als bijzonder groot goed

“Ik ben vóór keuzevrijheid en tégen staatsonderwijs. En daarmee ben ik inmiddels liberaler dan de JOVD” tweette Gert-Jan Segers (ChristenUnie) tijdens het debat over de regeringsverklaring. Dit als reactie op een tweet van de JOVD, waarin wordt voorgesteld artikel 23, “religieus onderwijs”, af te schaffen. Volgens het Hoofdbestuur is dat nodig om school geen plek te laten zijn voor discriminatie of indoctrinatie.

Het afschaffen van artikel 23 zet de onderwijsvrijheid op de tocht. De JOVD plaatst met dit standpunt gelijkheid (eigenlijk zelfs: eenvormigheid) boven vrijheid (en pluriformiteit). Het is een misvatting dat met de afschaffing hiervan Nederland liberaler en beter wordt. We hopen dat we hier in het kader van het nieuwe Politiek Programma dan ook een fundamentele en ondogmatische discussie binnen de vereniging over kunnen voeren. In dit artikel verdedigen we de onderwijsvrijheid eerst door het huidige JOVD-standpunt te weerleggen aan de hand van de tweets die het Hoofdbestuur heeft geplaatst ter onderbouwing. We sluiten af met twee extra argumenten over de financiering en excessen.

“Liberalen zijn nooit écht voorstander geweest van religieus onderwijs. Het is een overblijfsel van de Pacificatie van 1917. Kerk en staat moeten losstaan van elkaar. De kerk heeft geen plaats op de stoel van de onderwijzer, daarom tijd voor een grote herziening.”

Het is onjuist dat liberalen nooit écht voorstander zijn geweest van religieus (of bijzonder) onderwijs. Het was Thorbecke die in 1829 al pleitte voor onderwijsvrijheid. Het was de liberale premier Cort van der Linden die de vrijheid van onderwijs passend vond in een liberale samenleving, waar de overheid een kleine rol zou moeten spelen. Ook nu zijn er liberalen écht voorstander van het recht op bijzonder onderwijs, zoals Clemens Cornielje (TK-lid 1994-2005 voor de VVD en oud-JOVD’er): “Ouders worden verplicht om hun kinderen naar school te sturen en hiermee een deel van de opvoeding uit handen te geven. Zij behoren daarom het recht te hebben om een school te kiezen die het beste bij hun eigen waarden past.”

De scheiding tussen kerk en staat betekent volgens ons geen volledige laïcité. Dat is ook het huidige JOVD-standpunt. Het is bovendien de staat die de macht heeft over de plaats van religie in de samenleving. Daarbij moet de staat zo terughoudend mogelijk zijn.

“1. Kinderen zijn helemaal niet vrij in hun keuze dat doen hun ouders.”

Het is juist de vrijheid van opvoeding van ouders die wordt ingeperkt door het afschaffen van bijzonder onderwijs. De staat mengt zich daarmee onnodig in de privésfeer. Ook gaat dit argument ervan uit dat kinderen niet zelf zouden willen en mogen kiezen voor bijzonder onderwijs. Een onjuiste aanname, vooral bij voortgezet onderwijs speelt de keuze van het kind ook een rol. Zie daarvoor ook de laatste alinea van dit artikel over de schoolstrijd in het verenigingsblad van PerspectieF (CU-jongeren), waar gesteld wordt dat bijzonder onderwijs voor bijvoorbeeld christelijke jongeren gemeenschap en houvast kan bieden – er zijn dus ook jongeren die willen kiezen voor bijzonder onderwijs.

“2. Niet-openbare scholen mogen kinderen weigeren die niet in het straatje van de school passen, terwijl ze wel bekostigd worden door de staat.”

Is dit in de praktijk wel echt een probleem? Het zal niet vaak voorkomen dat ouders hun kind bijzonder onderwijs willen laten volgen dat zij zelf niet onderschrijven. Daarnaast mag een bijzondere school een kind niet weigeren als er binnen redelijke afstand van het huis van het kind geen openbare school aanwezig is en ontstaat er dan dus een acceptatieplicht. Bovendien volgt ongeveer 70%(!) van de leerlingen in Nederland op het primair en voortgezet bijzonder onderwijs en draagt de overheid zorg voor ‘een genoegzaam aantal openbare scholen’. Leuke noot: wij als JOVD mogen ook mensen weigeren die niet in het straatje van de vereniging passen, terwijl we wel grotendeels bekostigd worden door de staat (Art 6.2 sub a van onze verenigingsstatuten).

“3. Bijzonder onderwijs weerspiegelt niet de samenleving waarin je later terechtkomt. 4. School is de plaats om in aanraking te komen met andere overtuigingen en ideeën op basis daarvan kun je je eigen identiteit ontwikkelen.”

Uit het eerste punt volgt de aanname dat een schoolomgeving de samenleving moet nabootsen en dat openbaar onderwijs dat beter kan dan bijzonder onderwijs. Een school zou juist de ruimte moeten hebben om bij te kunnen dragen aan het bijbrengen en ontwikkelen van waarden en normen. Iets wat ervoor zorgt dat iemand in die genoemde samenleving kan functioneren. Los van de wenselijkheid, staat de haalbaarheid van onbevooroordeeld staatsonderwijs ter discussie. Als liberale organisatie zou de JOVD te allen tijde kritisch moeten kijken naar een machtige overheid.

In aanraking komen met andere overtuigingen is goed voor maatschappelijke ontwikkeling en is dan ook niet exclusief weggelegd voor openbaar onderwijs. Vanuit didactisch oogpunt zijn er redenen om vanuit een overtuiging te onderwijzen in plaats van erover te onderwijzen. Juist het actieve participeren en in aanraking komen met normen waarden kan zorgen voor de ontwikkeling van de identiteit, precies zoals de JOVD voorstaat. Een simpele melting pot van ideeën en filosofieën in boeken is geen gegeven voor een goede persoonlijke ontwikkeling. De aanname van de JOVD dat een leerling niet zelf zijn identiteit kan ontwikkelen binnen het bijzonder onderwijs is dus onjuist.

Ook is een pluriform onderwijsaanbod juist de liberale basis voor een cultureel brede samenleving waarin ieder individu zijn eigen identiteit kan vormen. Zo zei John Exalto (universitair docent historische pedagogiek) in een interview met Trouw: “In het liberale ideaal zou dit stelsel niet alleen ruimte moeten bieden aan levensbeschouwingen maar ook aan pedagogische opvattingen. In 1917 werd er zelfs gesproken over de mogelijkheid dat er ruimte moest zijn voor een humanistische en een anarchistische school. 1917 is de erkenning van de diversiteit en pluriformiteit in de samenleving. Het recht om verschillend te zijn werd wettelijk gewaarborgd.”

Voor leerlingen en ouders die voorkeur geven aan een meer beschouwende blik op levensovertuigingen, is het openbaar onderwijs een goede optie. Het kernpunt van deze afwegingen is uiteindelijk vrijheid, het een is niet beter dan het ander, maar art. 23 waarborgt dat er keuzevrijheid is. Wie zijn wij als JOVD om scholen de vrijheid te ontnemen leerlingen in een bepaalde levensovertuiging te laten groeien en ontwikkelen?

“5. Religieuze bijles kan ook op weekendschool, daar hoeft de staat niet voor te betalen. De week heeft 168 uur, kinderen zitten er maximaal 30 op school. De overige 138 mogen ze zo kerkelijk inrichten met als ze zelf willen.”

Hier wordt een karikatuur geschetst van het bijzonder onderwijs. Dit betreft natuurlijk niet 30 uur religieuze bijles. Eigenlijk wordt er betoogd dat ouders 138 uur in de week vrijheid van opvoeding mogen hebben en dat ze 30 uur per week verplicht de opvoeding uit handen moeten geven aan eenvormig staatsonderwijs. Kinderen van vijf tot zestien jaar zijn immers leerplichtig (en kinderen van zestien tot achttien kwalificatieplichtig). De JOVD zou voorstander moeten zijn van zoveel mogelijk vrijheid in de inrichting van de héle week.

Waarom dan pleiten voor een grote herziening?

Als je weet dat deze uiteenzetting van de JOVD geen hout snijdt, waarom dan nog pleiten voor een herziening van art. 23? In de discussie over vrijheid van onderwijs komen vaak nog twee aspecten aan bod: de incidenten en de financiering.

In het schooljaar 2020/2021 zijn er bij de onderwijsinspectie binnen het hele onderwijs 11 meldingen gedaan van radicalisering en 63 van discriminatie. Stuk voor stuk verschrikkelijke gevallen, maar om daar een deel van het onderwijs voor lam te leggen waar 70% van de scholieren deel van uitmaakt is zacht gezegd disproportioneel. Scholen waar het misgaat zijn dus de uitzondering.

Qua financiering bestaat er soms de uitgesproken wens om niet mee te betalen aan de levensovertuiging van een ander. Dit omvat twee misconcepties. Allereerst is bijzonder onderwijs niet 30 uur Bijbelstudie. Daarnaast raak je hiermee de kern van belastingen: bepaalde voorzieningen zoals onderwijs, worden belangrijk genoeg geacht om (deels) met belastinggeld gefinancierd te worden. Onderwijs is een van die gebieden, omdat we investeren in mensen en we ook hun latere participatie in de maatschappij waarderen. Om te zorgen dat er geen oneerlijk verschil is tussen verschillende soorten onderwijs, wat de keuze minder vrij zou maken, worden het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs dus gelijk behandeld. Dat er voor bijzonder onderwijs betaald wordt, ondanks dat jij er als belastingbetaler misschien niet van geniet, is niet zo heel vreemd, dat is de crux van veel belastingen. Erken het belang en de vrijheid van pluriform onderwijs en laat onderwijs over meer gaan dan sommen en taal. Het idee dat een ‘echte’ liberaal tegen bijzonder onderwijs zou moeten zijn, is onjuist. Het is tijd voor de JOVD om Gert-Jan Segers weer liberaal in te halen.

Dit bericht delen....
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.