Waarom hebben we een onderdeel slavernij in onze geschiedenisboeken?

Oeps, sorry, ik nam uw land op gewelddadige wijze in beslag. Ja, excuses, dat was mijn volk wat de uwe uitroeide. En ja, die bom kwam van mij af, neem me niet kwalijk. Het snijpunt op de vraag en aanbod grafiek van excuses voor de meest vreselijke groeps-misdragingen komt steeds hogerop te liggen. Het doet de mensen goed, en dat is fijn. Ondanks het steeds hogerop liggende snijpunt, kampen we nog steeds met een ruime excusesmarkt volgens sommigen. Kortweg: we hebben een vraagoverschot dat opgelost dient te worden – behorende tot het vraagoverschot: de excuses voor het slavernijverleden van de Nederlandse Staat. Discussie alom in de media, wel-niet-wel-niet, maar wanneer gevraagd wordt wat dat slavernijverleden in de eerste instantie daar in die geschiedenisboeken doet, wordt het stil aan de lijn. Maar van de geschiedenis kun je toch in zekere mate leren? Een volledige verklaring kan ook ik u niet geven, dan zou ik me te veel in onzeker vaarwater begeven. Maar ik verschaf u hierbij wel een lesje “de mens is minder lief dan u denkt”. Houd u vast, we kunnen monsters zijn.

Wat leerde de wetenschap?

Het is belangrijk om eerst even te kijken naar waar we wetenschappelijk stonden zo halverwege de negentiende eeuw. Al snel poppen dan twee namen ‘t hoofd te binnen, namelijk: de Amerikaanse natuurwetenschapper, Samuel George Morton en Zweeds-Amerikaanse bioloog en geoloog, Louis Agassiz. Beide heren waren goed bij de tijd en niet vies van wat racisme in zijn puurste vorm. Zo ondersteunden en misbruikten beiden de zogenaamde “theory of polygeny”; een theorie die de grondlegging was voor het onderverdelen van mensen in soorten. Meneer Morton, ook wel de schedelman, deed onderzoek naar onder andere het verschil in intelligentie tussen menselijke rassen. Meneer had een breed scala aan schedels van mensen met verschillende etniciteiten in bezit. Hij vulde de schedels met een goedje om de grootte van de hersens te meten, en daaruit conclusies te trekken ter ondersteuning van intelligentieverschillen tussen de mensenrassen. Hoe groter de schedel, hoe intelligenter. De “witten” waren het grootst, dan de “indianen” en de “donkeren” als laatst.

Het waren in zijn ogen objectieve bevindingen. Maar volgens paleontoloog, geoloog en evolutiebioloog Dr. Stephen Jay Gould, die het onderzoek in de jaren ‘70 van de twintigste eeuw nog eens onder de loep nam, waren de bevindingen van Morton bezaaid met vooroordelen. Morton bleek groepsresultaten naar eigen hand gezet te hebben, door monsters te verwijderen, het gebruik van stoffen in het opvul-goedje te veranderen wat de resultaten invalide maakte, van de premisse te starten dat de grootte van de schedel differentieel en aangeboren mentale capaciteit aangaf etcetera. Destijds (dus rond 1842) werden de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek van Morton echter nog door velen als onweerlegbaar gezien, zo ook door Louis Agassiz.

Desalniettemin was Agassiz ervan overtuigd dat alle wetenschappelijke bevindingen die hij en zijn collega deden totaal los stonden van slavernij. De bevindingen werden beschouwd als wetenschappelijke feiten, maar wat er met die feiten gedaan zouden moeten worden, was aan de politiek. Of in Agassiz’s woorden: “It has been charged upon the views here advanced that they tend to the support of slavery (…) Is that a fair objection to a philosophical investigation? Here we have to do only with the question of the origin of men; let the politicians, let those who feel themselves called upon to regulate human society, see what they can do with the results.”. Dit onderzoek kwam uit om en nabij vijftien jaar voordat de slavernij in Nederland en Amerika werd afgeschaft. De politiek heeft de wetenschap dus gebruikt ter ondersteuning van de slavernij.

Plausible explanatie?

Nu komt een belangrijk punt. Want al geloofde je destijds nog zo hard in de resultaten van de wetenschap, het resulterende “verschil in intellectueel vermogen” onder mensenrassen is nog geen reden om “het dommere ras” te exploiteren. Dus hoe kwam dat? De precieze redenen waarom men destijds zo inhumaan kon optreden zullen we nooit precies weten, maar een paar lijntjes vallen op. Deels kan de Bijbel een rol hebben gespeeld, waarin veel aan slaven gerefereerd wordt. Bijvoorbeeld in de heiligheid code van Leviticus, waarin expliciet staat dat participatie in slavenhandel toegestaan is. Ook werd het houden van non-israëlieten als slaaf, wat meermaals in de Bijbel voorkomt, gezien als rechtvaardiging voor slavenhandel in de 18de en 19de eeuw. En zoals men weet, bood de bijbel voor verreweg de meeste mensen destijds het morele kompas in het leven. Maar het lijkt erop dat dat religieus morele kompas gebruikt werd in combinatie met een psychologisch verschijnsel.

Daarvoor moet ik even een hulplijn inschakelen, een beroep op autoriteit doen. Klinisch psycholoog Dr. Jordan Peterson valt een psychisch fenomeen op als het over racisme gaat genaamd: “ingroup preference”. Het prefereren van leden van de groep waar jij je in bevindt, boven de leden van een andere groep. Een verschijnsel wat versterkt wordt in de mens in tijden van onzekerheid, juist omdat het de zekerheid van een, voor hen, veilig groepje kan bieden. Dit zou elke groep kunnen zijn, maar hopelijk zet dit citaat met deze achtergrondinformatie uw hersens te werk: “It was in Philadelphia that I first found myself in prolonged contact with negroes. And when they advanced that hideous hand towards my plate in order to serve me, I wished I were able to depart (…) What unhappiness for the white race – to have tried their existence so closely with that of negroes in certain countries! God preserve us from such a contact!” (Agassiz naar zijn moeder, december 1846). Dit laat zien hoe sterk die “ingroup preference” was bij de blanken halverwege de negentiende eeuw.

Nu trekt Dr. Peterson een link met “ingroup preference” en macht en zegt: “Gegeven de impliciete neiging van mensen om een uitgesproken ingroup preference te hebben. En de potentie die we hebben voor geweld tegen leden buiten jouw groep. Doet dit je afvragen: we hebben al deze neigingen maar hoe worden deze verergert door macht en privilege?” Oftewel, er is enige correlatie tussen ingroup preference, macht en privilege. En macht heeft op zijn beurt weer een sterke correlatie met intelligentie, aldus Dr. Peterson.

Ja, dus?

Een compleet waterdichte redenatie over hoe de slavernij tot stand gekomen is, zullen we nooit kunnen maken. Daar is het te complex voor. Maar dat graven naar de kern van gebeurtenissen en de omheen hangende sociologische/psychologische effecten helpt ons wel verder om mogelijk toekomstig leed te kunnen voorkomen. Door tegen zoiets complex als het slavernijverleden aan te kijken vanuit verschillende disciplines, leren we bijvoorbeeld wat maatschappelijke omstandigheden tot gevolgen kunnen hebben in de psyche van de mens. Iets waar we altijd wat aan blijven hebben. Al moeten we altijd in acht blijven nemen dat maatschappelijke omstandigheden in elke situatie van elkaar verschillen door de tijd heen. De geschiedenis herhaalt zich nooit. Één op één vergelijkingen met de geschiedenis kun je nooit accuraat onderbouwen.

Maar we hebben nu wel geleerd dat onzekere tijden als een crisis als katalysator werkt voor een versterking van “ingroup preference”. En ook onwetendheid over andere groepen zwengelt de ingroup preference aan (zie brief Agassiz). Bewustwording van deze psychische fenomenen zou zelfs mensen in de contemporaine coronacrisis kunnen helpen qua profilering en gedachtegoed. Zo zijn we toch bijna van de vraag: “Waarom hebben we een onderdeel slavernij in onze geschiedenisboeken?”,  gegaan naar: een handleiding hoe ontwappie ik mijn partner.

Dus die discussies over wel of geen excuses vooral blijven voeren. Maar waar die excuses nou voor zouden moeten komen is af en toe ook goed om naar te kijken.

Dit bericht delen....
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.