Zeg mevrouw, wat doet u hier? 

Ik hobbel de Rotterdamse haven te binnen voor een ware “ladies night” bij sociëteit De Maas – georganiseerd door het international network of liberal women (INLW). Wanneer ik het gebouw van de sociëteit te binnen struikel bemerk ik direct de geur van oestrogeen in combinatie met droge witte wijn en Chanel No. 5 eau de parfum. Het dirigeert me naar een volgende deur, waarachter ik aantrof wat de geur al deed vermoeden: vrouwen, en veel ook. Ik zeeg neder naast een geslachtsgenote en kwebbelde wat af. Het INLW zet zich in voor vrouwenrechten over de hele wereld. Maar in Nederland blijken er op vrouwelijk gebied ook nog wat hobbels op de weg te liggen; zo laat een aangenomen vrouwenquotum in de Eerste Kamer zien voor commissariaten. Want, waar blijven die vrouwen toch? 

Welke vrouw niet weg is is gezien, ik kom! 

Waar zijn ze nou? Ik weet dat ze er zijn – zelf een levend voorbeeld van – maar ze verstoppen zich zo op de voltijd arbeidsmarkt. Een vrouwenquotum voor commissariaten klinkt echter wel weer een beetje als een boom inklimmen om de blaadjes water te geven en de wortels te laten uitdrogen, een soort pleister op een gebroken arm. 

Daarnaast zien veel headhunters voor commissariaten nu al snel verandering komen in de lijstjes van mogelijke kandidaten voor de bedrijfstop. Zo zei headhunter Monique de Vos onlangs in Nieuwsuur dat “er veel bedrijven zijn die lijsten sturen waar alleen maar vrouwen op staan. Er wordt in veel bedrijven actief gewerkt aan diversiteit.”. Tja, waarom zou je dat niet doen in het linksige tij waar wij ons hedendaags in bevinden? Er dreigt cancel gevaar en het is een perfect uithangbord: kijk mij eens met mijn vrouwen in mijn bedrijfstop! 

Het vrouwenquotum voor de commissariaten lijkt een soort eendimensionale kijk op de vrouwen participatiegraad in Nederland. Het is niet alsof de vrouwen volop mee participeren in de lagen daaronder, maar steeds maar niet hogerop komen. 75% van de vrouwen werkt namelijk deeltijd, 75% van de meisjes tussen de 18 en 25 jaar start direct al met deeltijd werken en binnen veel beroepen waarin vrouwen oververtegenwoordigd zijn kan er alleen maar deeltijd gewerkt worden,  problematisch. Met zo’n vrouwenquotum stelt de overheid zich een beetje Nick- en Simonnerig op. Zo van “pak nou maar m’n hand, stel niet teveel vragen” om vervolgens de vrouwen met klotsende oksels de bedrijfstop in te slingeren. Willen we wat aan het percentage “vrouwen in bedrijfstop” veranderen, dan zullen we toch echt secuurder moeten kijken en in een laag daaronder moeten starten. 

Als jij in de sloot springt, spring ik ook 

De percentages lijken deels nog steeds een resultaat te zijn van de normaliteit van de huishoudschool van vroeger. De vrouw zorgt voor het kind, de man voor het brood (dat het op de plank komt dan, niet dat hij er emotioneel voor zorgt dat zou heel vreemd zijn). Er zijn gewoon weinig vrouwelijke rolmodellen in topposities waardoor de meeste vrouwen de kansen dan maar laten liggen, stom. Als de een zegt: “Nou, ik ga maar deeltijd werken hoor, da’s heel normaal.” zegt de ander: “Oh dan doe ik dat ook, waarom zou ik me uitsloven en me buiten de norm gaan gedragen als een soort verzetsheldin.” Dit zou ook eens heel goed mijn orkest hypothese rondom het “gezamenlijk toiletteren van vrouwen” verschijnsel kunnen ontkrachten; heeft dus niets te maken met de bijkomstige klanken van het urineren, maar het “samen uit, samen thuis, samen carrière en dus ook samen toiletteren” principe, maar dat terzijde.

Overheid, hellup! 

Naast het “gezellig samen” gevoel, wat dus deels bij de vrouw zelf ligt, zijn er heel wat fundamentele obstakels die er voor zorgen dat Nederland onderaan bungelt in het lijstje ‘vrouwen participatiegraad Europa’. Zweden huppelt lekker vooraan in de vrouwen participatiegraad. Men krijgt daar echter wel 16 maanden (dus 8 per ouder, met de keuze om aan elkaar te doneren waar nodig) zwangerschapsverlof, kinderopvang op het werk of in ieder geval gratis, en ouders hoeven nooit mee op schoolreisjes, want die werken.  Maar goed, dat is natuurlijk altijd een beetje appels met peren vergelijken want in Zweden werken de belastingen anders en heeft men doorgaans een meer collectieve instelling van zichzelf. Toch beginnen de appels verdacht veel op de peren te gaan lijken: de kinderopvang wordt ergens in de volgende kabinetsperiode grotendeels gratis! De miljarden vliegen je om de oren dezer dagen in ons kneuterige kloppenlandje. Dus: jippiejajee, vrouwen doe mee, anders vreselijk verlies van ons BBP! 

De toekomstige verzetshelden 

Maar ach, na de geboorte van een zuigeling kan voor sommigen de wereld zodanig op de kop gaan dat men zegt: Ik wil niet meer werken. Moeders/vaders die huismoeder of -vader willen worden, moeten de keuze voor die onbetaalde functie ook gerust kunnen maken – maar dan wel het liefst met dikke tranen in de ogen omdat ze het belastingvoordeel aan zichzelf voorbij zien gaan. En als een van de twee zegt: ik wil deeltijd gaan werken. Dan zeg ik: het zei zo, en in sommige situaties maar beter ook, iedereen is anders. Maar die keuze voor het stoppen met werken of in deeltijd gaan werken moet gelijk zijn voor beiden. Dus niet dat de vrouw op het werk geconfronteerd wordt met: “Goh, kom je nog terug?” maar met: “Hey hoe hebben jullie thuis het zwangerschapsverlof verdeeld of stopt er eentje van jullie beiden helemaal?” 

Gelijke kansen, geen gelijke uitkomsten 

Dan hebben we, zoals de Engelsen het mooi zeggen, level of playing field gecreëerd en hoeven er in het vervolg ook geen vrouwen meer te worden gekozen als uithangbord voor bedrijven. Geen diversiteit stuntjes meer omdat er gelijke kansen zijn om die natuurlijkerwijs al te hebben. Dan kunnen we ook makkelijker accepteren dat er in het ene bedrijf meer vrouwen werken dan in het andere, of juist andersom. Dat kan dan gewoon liggen aan het interessegebied wat kan verschillen tussen mannen en vrouwen. Want de vijver waarin het bedrijf vist, zitten evenveel mannelijke als vrouwelijke visjes. Dan hoeft de ICT-sector niet badend in het zweet te zoeken naar vlugge tech-dames om maar aan een percentage te voldoen en hoeven ze in de nagelsalon ook niet mannen tegen hun zin in nagels te laten vijlen. Ik geloof in gelijke kansen, niet in gelijke uitkomsten. Dan hebben we helemaal niet van die lullige quotaatjes nodig. Ik refereer toch nog graag even aan politiek commentator Andrew Sullivan die zei: “if you change the society and a culture, the politics will follow.” dus niet: “if you change the politics, the society and a culture will follow.”. 

Maar ach wie ben ik, een jong idealistisch onbekrast deerntje, die de boze schurken van de samenleving nog niet gezien heeft. Misschien bloedt mijn idealistisch hartje vanzelf dood. Net als bij vele, wat gekreukelde pruimpjes, die tegen de “ja probeer dat ideaal maar eens te praktiseren” muur zijn aangelopen. Ach, ik heb al zoveel meegemaakt, schattig was die idealistische tijd. En toch hoop ik dat die zin nooit uit mijn mond zal komen en ik de moeilijke muurtjes over zal klimmen met ideaal op zak. 

Dit bericht delen....
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.